opening.jpg

Afstand

Er gebeurt helemaal niets hier in de straat. Toch zie je de knoppen in de hibiscusstruik dikker worden. De natuur gaat – met ijzeren wet haast – haar gang. Ons concrete bestaan in de wereld wankelt. Maar dat is moeilijk te geloven als je zo naar buiten kijkt.

In mijn angstige afwachten hoe het verder gaat, wemelt het van de gedachten, gevoelens en beelden. Vooral de gezichten van de mensen die me dierbaar zijn komen langs: hoe gaat het met ze? Gauw even appen. ‘Gelukkig goed.’ Of bellen: ‘Hebben jullie nog te eten tot dinsdag?’ Met de traagheid van de ouderdom speuren mijn ouders in hun provisiekast. Ze weten van het virus. ‘De telefoon boven doet het niet …’
Eenmaal buiten in het park lijkt elke voorbijganger nét iets te dichtbij te komen. ‘Kijk een ijsvogel!’ De struiken en bomen hebben nog geen groen om het vogelleven te verhullen. ‘Ha Tom!’ ‘Ja, hou je goed hè!’ We lopen elkaar voorbij vandaag, in een goede verstandhouding, want we weten allebei waarom.

Nog niet eerder werden we in onze moderne westerse samenleving zo geconfronteerd met ons lichamelijk in de wereld zijn als nu. Het gevaarlijke virus legt onzichtbaar bloot hoezeer we lijfelijk met elkaar verbonden zijn en ook hoe diep de behoefte aan nabijheid in ons zit. Misschien wel juist in angstige tijden. Een mens is er niet op gebouwd om afstand te bewaren. Zelfs onder de angst voor een ander schuilt een behoefte aan veilige nabijheid.

Het is nog steeds stil in de straat als ik terugloop naar huis. Vanuit een huiskamer wordt naar me gezwaaid. Ik ga maar vroeg naar bed. Om 00.10 uur gaat de telefoon. Mijn oude vader: ‘Had jij gebeld?’ ‘Nee ik had niet gebeld.’ ‘Ja maar … is er iets?’ ‘Nee pappa, er is niets, we moeten nu gaan slapen, jij en ik, er is niets aan de hand.’

Cara Valk

hibiscus

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )