Slider
Lezingen: Handelingen 2:42-47; Johannes 20:19-31

Thomas is een man met een goede baan bij een mooi bedrijf. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hij voelde zich bijna persoonlijk aangevallen door dit evangelie over zijn naamgenoot; de ongelovige Thomas. Waarom wordt er kritiek gegeven op het zo vertrouwd in de oren klinkende: eerst zien en dan geloven. Ja, wat is daar mis mee? Moet hij dan meelopen met alle wichelroedelopers, kwakzalvers en koffiedikkijkers? In zijn dagelijks werk is hij kwaliteitsmedewerker van een bedrijf. Toen hij zijn nieuwe baan kreeg, heeft hij zijn functiebeschrijving lange tijd stil gehouden voor zijn familie, want streven naar kwaliteit schuurt zo dicht aan tegen maakbaarheid. Van plan A, naar B. SMART formuleren: specifiek zijn en meetbare, acceptabele en realistische doelen opstellen. Evalueren en hup, weer bijstellen die doelen. Als dit de input is, wordt dat de output. Thomas weet ook wel: zo simpel is het niet, de wereld is groter en complexer dan dat. Wat niet meetbaar is, kan toch wel merkbaar zijn. Maar ja, hij wil toch wel iets zíen, voordat hij het zomaar gelooft.

Ik vind hem trouwens wel sympathiek, die apostel Thomas. Hij wordt vaak min of meer afgeschreven als ‘die ongelovige’. Of hij wordt beschouwd als een cynicus: ja, ik heb het gehoord dat ze hebben gezien dat Hij weer onder ons is, maar dat zal wel, ik geloof het niet. Maar ik mag Thomas wel, ik voel me wel verwant aan die man die op zijn knieën valt, nádat hij Jezus’ wonden heeft aangeraakt.
Dat is ook nu het geval: nu raken we de wonden aan. De wonden die geslagen worden, soms zelfs versterkt door datzelfde geloof in maakbaarheid. Want waar is die maakbaarheid nu gebleven? We wisten het wel: ons bestaan is kwetsbaar. Ook vóór de crisis wisten we het al: we huiverden bij een plotselinge dood van een bekende, schrokken terug bij het onvoorspelbare gedrag van ons eens zo vertrouwde familielid die inmiddels dement geworden is, zagen bij anderen de mooie plannen voor een pensioen ineens in duigen vallen. Maar toch: dat alles zo ingrijpend kan veranderen is een schok. Alsof we enkele weken geleden met een nieuwe telling, een nieuwe tijd zijn begonnen: week 1, week 2 en nu week 6; of 7 we raken de tel al een beetje kwijt. Met deze wereldwijde coronacrisis weten we het ineens weer allemaal tegelijk: we kunnen veel, we mogen vertrouwen op de wetenschap, maar het is niet alles, het is niet het hele leven.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: opeens staat Jezus in het midden van de kamer. En dat terwijl de deur op slot is. Angstig zaten de apostelen bij elkaar met ramen en deuren dicht. Het is nu nog niet zoals in de eerste lezing beschreven staat: daar lezen we hoe het er in de eerste christengemeenschap aan toe zal gaan en hoe alles samen gedeeld wordt. Maar nu, zo kort na het sterven van Jezus, zitten ze met alles potdicht, binnen. Wat kunnen we ons, juist nu, tijdens de crisis, goed verplaatsen in de apostelen die daar binnen blijven. Bijna de helft van Nederland werkt thuis en komt maar af en toe de deur uit. Verstandig zijn we, maar soms ook angstig. En dan verschijnt Jezus daar plotseling. Alsof die deuren en ramen opeens weer open gaan! En Hij blies over hen. Net zoals God Adam leven inblies. Thomas was er niet bij en hij kon het maar moeilijk geloven; ík zou eerlijk gezegd precies hetzelfde gezegd hebben, in zijn plaats: hm. Maar acht dagen later, als alles nog steeds dicht is, verschijnt Hij opnieuw. Thomas hoort Jezus de vredesgroet brengen en hij wordt uitgenodigd dichterbij te komen. Hij raakt zijn wonden aan. Die wonden van Christus raken we nu ook aan, over de hele wereld, overal: in onze eigen angst, in de zieken en stervenden, in de mensen die hun baan verliezen en tot armoede vervallen, in de grote boog die we om elkaar heen moeten lopen, in de onmogelijkheid om elkaar aan te raken. Ja, elkaar niet mogen aanraken is als het aanraken van een wond.
En nu: nu Thomas zijn wonden aanraakt, komt hij tot geloof. De wereld is niet volmaakt. Jezus heeft dat in zijn sterven laten zien en ons tegelijk een spiegel voorgehouden. Een spiegel waar je toch doorheen kunt kijken. Zoals een icoon naar jou kijkt: de hemel die zich tot jou richt. Door de spiegel heen kijkend zien we ook een perspectief. Een perspectief van hoop.

Nee, de man met de goede baan bij het mooie bedrijf, die andere Thomas, wist het al langer: zo makkelijk worden die doelstellingen, die hij bedacht heeft, niet gehaald. Er komt altijd wel een kink in de kabel, er is altijd wel iets dat de boel op zijn kop zet. Moet hij dit werk wel blijven doen? Moet hij wel steeds samen met zijn collega’s blijven streven naar zo goed mogelijk werk? Is het allemaal wel de moeite waard? Want wat is nou kwaliteit?
Op een dag heeft hij het er met zijn leidinggevende over. Moet hij niet op zoek naar ander werk? Zijn baas zegt tegen hem: “Als jij een heilig geloof hebt in je eigen standpunten en als jij nooit twijfelt, ben je juist níet geschikt voor deze baan. Omdat je je twijfels niet uit de weg gaat, word je juist sterker en kun je beter omgaan met de doelen die je stelt, ook als je ze niet bereikt. Ik wil een kwaliteitsmedewerker die naar het goede streeft én twijfelt. Ik wil jou; een hoopvolle twijfelaar.” Na dat gesprek heeft Thomas zijn baan gehouden.

We nemen alle pijn en mislukking serieus. We nemen onze twijfel serieus. We kijken mee over de schouders van de apostel Thomas, zien de wonden van de wereld en voelen de levensadem die over ons heen geblazen wordt. We leren soms in iets te geloven zónder het zeker te weten. We vallen eerst met de deur in huis en gooien daarna, vol hoop, de ramen open.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )