Slider

In het park aan de Stadsdijk hangt aan een poort het/dit bord met deze tekst: “Honden losloopgebied, met uitzondering van de dagen dat de kudde aanwezig is.” Veel wandelaars in Dukenburg kennen dit bord. Het prikkelt de verbeelding: want wat zou er gebeuren als de honden wel los zouden gaan lopen? Hoe zouden de schapen zich dan gedragen? Ze zouden alle kanten op schieten, bang zijn, onrustig worden.

Er is niet veel voor nodig om de onrust onder de schapen te zien in deze tijd. Het coronavirus waart onder ons rond als een loslopende hond. Weliswaar een beetje gecontroleerd, maar toch onverwacht kan het toeslaan.Daarnaast zijn er zijn wel meer onruststokers in ons leven. We zouden het bijna vergeten, maar er zijn mensen die valse berichten zaaien, ‘fake news’, nepnieuws, om vertrouwen te schaden. Dat maakt onzeker over het nieuws. Er zijn politici die haat zaaien, die beschuldigen, bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, die vreemdheid tot vijand verklaren, of vijanden creëren in plaats van de naaste lief te hebben. Zij drijven de schapen uiteen. Dan kan er tenslotte ook onrust zijn in de privé-sfeer. Die wordt vaak veroorzaakt door ruzie, door bijna onbeheersbare lastige processen in relaties, in familie- en vriendenkringen, ruzie die als een loslopende hond een eigen gang lijkt te gaan, en de liefde dreigt te verbreken. Hoe stop je die onrust? Waar eindigt dat geweld? Hoe krijg je die hond figuurlijk weer aangelijnd? Wie of wat helpt ons om de onrust weg te nemen, tot bedaren te komen en weer vertrouwen te krijgen?

In het Johannes-evangelie kondigt Jezus zichzelf aan als herder. Het beeld van de Herder en de kudde roept soms weerstand op. Alsof gelovigen makke schapen zijn die alleen maar achter hun Herder aanlopen. Die volgzaamheid hebben we achter ons gelaten. Jezus kennen we als een herder, die gekomen is om met ons mens te zijn, liefdevol tot het uiterste, en heeft ons voorgeleefd - met lichaam en ziel - hoe een onvoorwaardelijk liefdevol leven er uit zou kunnen zien. In dat opzicht is de Herder niet iemand die alleen voorgaat, maar ook voor doet. Hij laat zien hoe wij zouden kunnen zijn en doen.

Maar wat betekent dat dan? Hoe kunnen we doen wat de herder ons voordoet, nu alle dagelijkse gewoontes van naastenliefde, zo zijn onderbroken. Om liefdevol te zijn tot het uiterste moeten we onszelf misschien wel oprekken, uitstrekken, tot het uiterste denken wat we zouden kunnen doen voor een ander. Net als de Herder risico nemen en beminnen in overvloed.

Jezus is de herder, die door de poort naar binnengaat. De schapen herkennen hem en zijn stem. Hij is geen dief, geen rover, geen loslopende hond, die een bedreiging vormt voor zijn schapen. Als er een wolf komt gaat hij er niet vandoor, zo vervolgt het evangelie. Hij blijft, Hij geeft zijn leven voor zijn schapen.

De herder bemint tot het uiterste: hij neemt risico en is aanwezig. Dat lijken me de belangrijkste kenmerken van volhardende liefde. Met een oud woord 'genade'. Volhouden in liefde als het bijna niet meer kan, maar het toch doen. Openstaan voor de vragen van de schapen. Liefdevol antwoorden.

Daarin gaat de herder ons dus voor. Maar hoe doe je dat dan, als je door de coronamaatregelen alles anders moet doen dan gewoonlijk. Hoe reiken we elkaar de hand?

 jongetjes

Wat nu we niet meer kunnen aanbieden: Zal ik met je meegaan naar de dokter? Zal ik zondagmiddag even bij je langskomen – op die lange eenzame zondag? Die aanwezigheid lukt nu niet. Maar op een bepaalde manier kunnen we, net als de herder, het uiterste van ons vragen: Zal ik - weer - naar je luisteren via de telefoon. Zal ik je - opnieuw - moed inspreken? Stuur ik je nog een tekst? Stel ik een belangstellende vraag?

Of, zal ik erover nadenken en eventueel mensen aanspreken, voorzichtig, als ik geweld vermoed in huis. Zal ik aardig en volhardend proberen te zijn, ook als er ruziënd zand in de relatie dreigt te komen. Strekken we onszelf uit en houden we elkaar vast?

Of ons elke dag misschien even afvragen: hoe blijf ik menslievend met mijn omgeving omgaan, ook als de verveling, de opgeslotenheid, de spanning oploopt. Hoe bemin ik, net als de herder, tot het uiterste toe. Of, nog anders gezegd: Onze herder neemt de wolf niet weg, onze herder doet voor hoe we met de wolf, of de loslopende hond kunnen omgaan. Hij is liefdevol aanwezig.

Een plaats waar we dat vieren is de kerk, normaal onder een dak, nu via geluid en beeld. In die ingewikkelde eerste lezing, in een taal die we nauwelijks meer kunnen verstaan, nodigt Petrus uit om vrijwillig deel te worden van de leefgemeenschap van Christus, te willen horen bij Christus, te willen horen bij degenen die door God geroepen worden. Als je wilt kun je tot Hem gaan.

Dat doen we in vrijheid. Niemand die vraagt en dwingt. Niemand die dreigt en onderdrukt. Niemand die, zoals in de tweede wereldoorlog, met geweld oplegt wie we moeten haten, wat we moeten denken, waar we mogen zijn, wie we als leider moeten aanbidden. Dat is de gewonnen vrijheid die we deze dagen herdenken en vieren: mensen die hun leven gaven tot het uiterste toe, zodat wij in vrijheid vandaag kunnen leven.

1 mei begon de meimaand. We vieren Maria. Voor velen onder ons betekent dat, dat we nog meer dan anders, onze gebeden aan haar voorleggen. Vaak gaan die gebeden over onze 'loslopende honden': de ziekte, de zorg, de ruzie, het geweld. Laten we haar dan deze maand ook vragen, dat we ons kunnen uitstrekken voor elkaar in liefde en dat we ons gedragen weten door de onvoorwaardelijke liefde van God, altijd.

 

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )