v-4.jpg
Lezingen: 2 Koningen 5:1-8; Marcus 1:40-45

Toen wij in Zuid Duitsland woonden hadden we een achterbuurvrouw met kinderen even oud als de onze. We hadden goed contact met ze tot ze ziek werd. Ze bleek borstkanker te hebben. Dilemma was, dat ze bij een wat sektarische pinksterachtige geloofsgroep was aangesloten, die haar duidelijk maakten dat dit een beschikking van God was. Ze gingen in de kring voor haar bidden, heel intensief en steeds opnieuw, maar toen dit niet hielp en zij steeds zieker werd, werd ze uit de groep gezet omdat haar geloof niet groot genoeg was en haar ziekte dus haar eigen schuld. Na al die verloren tijd bleek ze inmiddels ongeneeslijk ziek en overleed.
Onze verhouding met haar was in die tijd vrijwel verbroken, omdat ik als dominee haar steeds opnieuw aanraadde om naar de dokter te gaan. Mijn geloof deugde niet in haar ogen.

Wie ziek is gaat naar de dokter, dat is in ons land al sinds jaar en dag norm. Je kunt even wachten tot het overgaat, maar zo niet dan toch maar even naar de dokter.

Wat is dan de rol van God in dit proces? Hoe zit dat met ziekte en genezing in de bijbel?
We hebben vandaag twee lezingen die handelen over de genezing van melaatsen. Een van een drieduizend jaar geleden en een van tweeduizend jaar oud. En dat betekent nogal wat.
Naäman is een Aramese legerbevelhebber. De Arameërs stamden volgens de bijbel af van Aram, een kleinzoon van Noach. Volgens de oude geschiedenis van het Midden-Oosten waren de Arameërs een nomadenvolk, verwant aan de Chaldeeën.
Hoe dan ook, ze waren in het verleden regelmatig Israël binnengevallen om te plunderen en zo was een meisje uit Israël als slavin in het huis van de bevelhebber Naäman terecht gekomen. Als haar heer melaats wordt geeft zij hem de raad naar Israël te gaan, maar nu niet om te roven, maar om de profeet Elisa te vragen om genezing.
De God van Israël wordt hier gepresenteerd als machtiger dan de goden van Aram. Het leger van Aram is sterker, de rivieren Eufraat en Tigris breder en mooier dan de Jordaan, maar de God van Israël is sterker. Hier gaat het dus veel meer om de macht van God aan te tonen dan om deze ene genezing.
De menselijke macht houdt op waar ziektes als melaatsheid beginnen. Melaatsheid staat voor onrein, Naäman zou zijn status en zijn bezit gaan verliezen als bleek dat hij melaats was. Onrein staat tegenover de reinheid van God.
Dan was er nog het aspect van straf van God. Met de tien plagen in Egypte en tijdens de tocht door de woestijn had het volk de conclusie getrokken dat ziekte straf van God kon zijn. Ziekte was veel meer dan nu, voorportaal van de dood en veroorzaakte angst. Het werd daarom rechtstreeks met God verbonden: onrein en straf. Gehazi de knecht van Elisa wordt gestraft met melaatsheid.
Lang leven is een zegen van God. Ook in de dagen van Jezus is deze opvatting nog springlevend. Melaatsheid was onrein, net als geestesziekten (onreine geesten). Blindheid, doofheid en verlamdheid werden vaak gezien als straf van God.
Er was nog steeds geen grip op ziektes en dus werd het allemaal aan God toegeschreven. Jezus gaat, meer nog dan de profeten voor hem, mee in deze opvatting. Juist als bewijs van zijn gezonden zijn geneest Hij zieken. Alles wat onrein was wordt rein, wat ten dode is opgeschreven krijgt weer deel aan het leven.
Bij Jezus wordt, net als bij Elisa, door deze genezingen Gods macht getoond, maar meer dan dat. Bij Jezus zijn genezingen tekenen van het komende Rijk, waar, zoals Johannes in zijn Openbaring schrijft, geen ziekte meer zal zijn en geen dood. Het gaat dus veel minder om het genezen dan wel om het aantonen in die tijd van Gods macht en Gods overwinning van de gebrokenheid.

In onze tijd zijn veel ziektes te genezen, melaatsheid, lepra, is de wereld nog niet uit, omdat we er niet genoeg geld voor over hebben, maar is al lang te genezen.

Verdwijnt dan met onze toenemende kennis van de geneeskunst de macht van God? Nee, dat zou een misvatting zijn. Genezing was in de dagen van Elisa en Jezus nog heel vaak onmogelijk, men stond machteloos tegenover ziekte en dus kon daarmee Gods macht worden getoond.
In onze tijd ligt onze machteloosheid op andere terreinen. Wij zijn niet in staat om ethisch op een hoger plan te komen, we staan machteloos tegenover geweld en oorlog. Juist daar waar wij aan de randen van ons kunnen staan, ontdekken wij Gods macht. Nog steeds wil Hij ons tonen dat zijn streven is naar heelheid. Ons gebed mag dan ook nog altijd daarop zijn gericht. Zijn tekenen en wonderen zien we om ons heen in mensen die de heelheid proberen te bewerkstelligen.
Het streven mag ook in onze tijd gericht zijn op zuiverheid, heelheid, tekenen van Gods macht. En hoewel wij bij ziekte gelukkig niet snel meer denken aan onreine geesten en straf van God, staan we toch vaak in het zicht van de dood met lege handen en komen dan in onze onmacht weer terecht bij Gods macht, bij zijn liefde zijn troost.
Amen

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )