v-1.jpg
Handelingen 1:15-17.20a,20c-26; Johannes 17:11b-19

De eigenaresse en gastvrouw van ons vakantiehuisje op Kreta laat vol trots zien wat er het afgelopen jaar nog meer gebouwd is. Achter het huisje, iets hoger gelegen op de heuvel, ligt een prachtig klein kerkje. Het metselwerk, het stucwerk, het plaveisel, alles oogt nog nieuw. Ook de iconen en de iconostase zien er nog nieuw uit. Onze gastvrouw legt uit dat het kerkje gewijd is aan de heilige Efraïm, in de grieks-orthodoxe traditie een belangrijke heilige. Ze heeft het kleine kerkje ter ere van deze heilige laten bouwen, omdat ze ernstig ziek is geweest en Efraïm haar heeft genezen. Een vrouw had haar moeder iets gegeven om op de ogen van haar dochter te doen en ze had gezegd om tot Efraïm te bidden. De arts verklaarde later dat ze was genezen. Het geloof van de jonge vrouw laat zich moeiteloos combineren met het hedendaagse leven. Misschien bent u ook wel eens in Griekenland geweest; mij viel daar het onvoorwaardelijke en vanzelfsprekende geloof van de mensen op. De dienst verloopt daar ook zo anders dan hier, mensen lopen naar binnen en naar buiten, gebeden weerklinken terwijl de priester (papás) bezig is, grotendeels met de rug naar de mensen. De gebeden, de gebaren, het kussen van de iconen, de meditatieve zang, de voortdurende kruistekens die worden gemaakt, de buigingen, ze zijn ons zo ongewoon vertrouwd. Ongewoon en toch vertrouwd. We kennen de beelden, we horen de namen, ze horen toch ook bij ons.

Dat willen we toch graag? Ergens bij horen? Als het even kan proberen we samen sterk te staan. Nu zoveel verbanden zijn weggevallen, zoeken we nieuwe verbanden op. In de sport, in onze vriendengroep, in de lees- of eetgroep, in het café. We zoeken gelijkgestemden in concerten en festivals. We hebben hier steeds minder het bezielde verband van de kerk, wat in vele andere landen nog zo vanzelfsprekend is. Hoe dan ook, op allerlei mogelijke manieren, proberen we elkaar toch vast te houden. We lopen verloren rond als we alleen gelaten worden.
We zijn ook wel een beetje alleen gelaten. Vandaag is het immers wezenzondag, de zondag na Hemelvaart. Nu Jezus niet meer bij ons is, herinneren we ons wel in de evangelielezing van vandaag het gebed van Jezus, zoals Johannes het beschrijft: 'Heilige Vader, bewaar in uw naam hen die mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals wij.' Jezus bidt verder in dit gebed niet alleen voor zichzelf, maar vooral voor zijn leerlingen en ook voor ons. Het lijkt soms wel het Onze Vader: '...bewaar hen voor het kwaad'. De leerlingen zijn overigens weer met twaalf. Ook voor hen is het blijkbaar belangrijk dat de groep compleet is. In de eerste lezing uit de Handelingen van de apostelen spreekt Petrus over Judas, die is weggevallen, sinds hij degene is geweest die Jezus heeft aangewezen om gevangen genomen te worden. De wijze waarop hier over Judas gesproken wordt, valt overigens op: 'Hij behoorde tot ons getal, en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen'. Alsof Judas zijn onvermijdelijke rol heeft gespeeld. Hoe dan ook, er zijn er nog maar elf. Het is blijkbaar belangrijk dat er snel weer verder gegaan wordt met een groep van twaalf; niet voor niets is twaalf het getal van de volheid. De groep moet weer worden aangevuld en na rijp beraad worden er twee uitverkorenen voorgesteld. Het lot moet er aan te pas komen, het zal Mattias worden. Ook al is Jezus niet meer fysiek in hun midden, de groep leerlingen is weer compleet.

Ergens graag bij willen horen is een fundamenteel menselijke eigenschap. Natuurlijk zijn we onderling verschillend en koesteren we onze individualiteit. We worden ook niet graag geassocieerd met de grote massa. De vele toeristen bijvoorbeeld, dat zijn de anderen, dat zijn niet wijzelf. Maar hoezeer we ook onszelf willen zijn, we willen vaak toch ergens bij horen. Zelfs de grootste excentriekeling of kluizenaar zal het moeilijk vinden nooit een mens te zien. Aan het willen behoren tot een groep zitten ook gevaarlijke kantjes. U kent het wel: samen staan we sterk. Dat kan zich uiten in een gezonde rivaliteit en een sportieve krachtmeting, maar ook ontaarden in bekrompen nationalisme, sektarisch geweld, religieus fanatisme, dogmatische scherpslijperij die uitsluit in plaats van verbindt. Wat dat betreft is het de moeite waard nog eens te kijken naar wat Johannes nu eigenlijk zegt over het gebed dat Jezus aan zijn Vader richt: 'Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid.' En: '... mogen zij één zijn'. De waarheid lijkt te gaan over het versterken van de gemeenschap. We hebben één Vader en juist omdat we maar één Vader hebben, kunnen we niet anders dan broeders voor elkaar zijn. Broeders en zusters, maak ik er liever van. Die dichterlijke vrijheid staat God mij vast wel toe.

Op de laatste dag van ons verblijf in het vakantiehuisje is het bij het kerkje een drukte van belang. Het kerkje wordt ingewijd en onze gastvrouw en haar gezin zijn natuurlijk aanwezig. In en voor het kerkje komen steeds meer mensen bijeen, familieleden, vrienden en bekenden van het gezin. Auto's worden geparkeerd langs de kant van de bergweg. De één komt vroeg, de ander komt later, als de priester al enige tijd met zijn gebeden en rituelen is begonnen. Een man wenkt ons dichterbij te komen en dat doen we, schoorvoetend, bang om uit de toon te vallen of om de ritus te verstoren. De deur naar het kerkje staat open. In het midden liggen grote broden, als offerande. Nieuwkomers komen nog aan, stoppen wat geld in het offerblok buiten, kussen de versierde icoon die rechts voor de deur staat en gaan even naar binnen. Ze voegen zich even later buiten bij de andere familieleden. Iedereen is netjes gekleed. Onze gastvrouw straalt, dankbaar voor het geluk dat Efraïm haar geschonken heeft en trots op de nieuwe kerk. Even later lopen we stilletjes de trapjes af naar beneden, terwijl de zang en gebeden nog doorgaan. Horen we hier wel bij? Het antwoord komt even later, als er op de deur van ons vakantiehuis wordt geklopt. Onze gastvrouw geeft brood aan ons. Er wordt niet gevraagd of we gelovig zijn of niet, we krijgen brood. Brood dat zojuist gezegend is tijdens de dienst. Het gezegende brood, dat ons is aangereikt als broeders en zusters, zal ons zoet smaken. Een gedeeld brood voor een ongedeelde gemeenschap.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )