v-3.jpg
Lezingen: Marcus 7, 31-37

Hoor ik stil uw stem, als ik niemand ben.
Voel ik levenslucht als ik niet meer vlucht.
Het lied dat hier klonk zingt over een verlangen, een verlangen dat, denk ik, in ieder van ons leeft. Het verlangen om gehoord en gekend te worden door de ander, misschien zelfs door de Ander met een hoofdletter.
De kunstenares Corry van Ammerlaan heeft in dit beeldje geprobeerd dat verlangen vorm te geven, in de aandacht van de ene mens voor de ander. We willen zo graag  bevrijd worden van onze angst, onmacht en onzekerheid. Misschien leefde dat ook wel in het hart van de dove man, die haast niet spreken kon. De man die zo wonderlijk door Jezus genezen wordt. Kan ons verlangen ook vervuld worden?

Net als in het Bijbelverhaal zijn ook wij bij elkaar gekomen. Om sporen van Jezus te vinden in dit samenzijn ... om geraakt te worden door Gods Geestkracht. Om elkaar te bemoedigen en straks weer verder te gaan.
Ook de mensen toèn verwachten iets van dat samenzijn. Zij willen zien dat Jezus de man geneest met een simpele handoplegging. Jezus doet dat, maar op zijn eigen manier. Hij wil allereerst een ruimte creëren. Ruimte waarin Hij deze man alle aandacht kan geven die nodig is. Waar Jezus kan en mag horen, voelen, wat er in hem leeft. Om in die ruimte het ongezegde waar de man mee worstelt aan het licht te laten komen.
 
Niemand weet wat er al die jaren in de man is omgegaan. Hoe eenzaam hij zich voelde, uitgestoten misschien. Hoe vaak hij binnen in zichzelf hartenkreten heeft geslaakt om gewoon als andere mensen te zijn. Hartenkreten zoals: O Lord hear my pray’r. Hoor mijn gebed.
En dan staat Jezus ineens voor hem. Hij neemt er de tijd voor. Jezus haalt niet die ene goeie pil uit een kastje met de raad: ‘Hier neem maar in’. Nee, allereerst besteedt Hij tijd en aandacht aan deze man. Respectvol raakt Jezus hem aan en steekt zijn vingers in de oren om deze te openen. Hij zalft zijn tong met speeksel, om deze los te maken. Een vertrouwd gebruik in die tijd; ochtendspeeksel zou helende kracht hebben, heilzaam zijn. Dan kijkt Jezus omhoog alsof Hij oogcontact met God zoekt. Net als bij de wonderbare broodvermenigvuldiging en bij de opwekking van Lazarus. Hij beseft ten volle dat die helende kracht van de Eeuwige, van God zelf komt. Dankzij die GROTERE VERBONDENHEID is er veel mogelijk.
God wil de mens aanraken, nabij zijn, om Zijn kracht en Zijn leven te delen.

Voor de dove man wordt die kracht voelbaar in Jezus’ handelen. En als Jezus, uit het diepste van zijn hart zegt: ‘Effata, ga open’, durft de man zich te openen. Binnen de ruimte van de veilige aandacht van Jezus krijgt het ongezegde een plek, kan hij het laten wegstromen. Het is alsof de man met nieuwe ogen kijkt, alsof de dingen in een ander licht staan, zijn mogelijkheden èn zijn beperkingen.
Dat toelaten en onder ogen zien is het begin van heling. Daarin kan Gods kracht zichtbaar worden, ervaar je iets van toekomst hoe dan ook!
Hij voelt levenslucht omdat hij niet meer vlucht ... zijn verlangen is vervuld.

Kennen we niet allemaal omstandigheden die je op slot zetten? Ook ons overkomen immers dingen die je kwetsbaar en onzeker maken waardoor je leven niet meer past in de werkelijkheid van alle dag. Wie vervult dan ons verlangen? Wie spreekt tegen ons dat verlossende woord: Effata ...
Misschien ligt onze vervulling ook in dit verhaal verborgen. Het zijn immers medemensen die de dove man bij Jezus brengen.
Komt het niet aan op òns, zijn volgelingen nu Jezus niet meer concreet aanwezig is? Als wìj niet van Hem spreken, zijn levenswijze niet navolgen blijft Hij onhoorbaar en onzichtbaar. Door in het voetspoor van Jezus te stappen brengen wij Godzelf, aan het licht.

Al bij het Doopsel zijn de woorden Effata: ‘Ga open’ tegen ons gezegd, is de band van onze tong los gemaakt. In de hoop dat onze oren geopend blijven om Gods Woord te horen, dat wij tegen Hem blijven praten, Hem zoeken en danken voor de dingen die goed zijn. Om steeds meer te worden wie we zijn in Gods ogen.

Op die weg, in verbinding met de Eeuwige, mogen we elkaar helpen om je te durven openen, zodat de ander zich opent voor jou. In die ruimte zijn we in staat elkaar menselijk nabij te helen: met een opbeurend compliment, met momenten van oprechte aandacht, waarin het ongezegde gedeeld kan worden. In het dragen van elkaars verdriet en pijn, in het durven laten zijn van de onmacht die ons verteert.
Daarmee is het niet allemaal ineens over maar kun je er vrede mee krijgen, met jezelf, de ander en de situatie.
Een groeiproces waarin je het durft uit te houden met wat er is. Waarin we steeds beter inzien dat praten, hulp vragen, je verder kan helpen.

Als ook wij, in dat samenzijn, onze ogen naar boven richten weten we zeker dat Jezus erbij is met Gods geestkracht, want, zo zegt Hij ‘Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn ben ik in hun midden’!

180908Cobi200In dit beeldje komt dat, vind ik, heel mooi tot uitdrukking. De ene mens neemt de ander bij de hand. Zò, dat er genoeg ruimte ontstaat om wat er leeft ter sprake te brengen. Door het ongezegde tot uitdrukking te brengen tillen ze elkaar als het ware op en ontstaat er verbinding tussen de aarde en de hemel daarboven.

Er ligt een onvermoede schoonheid
in het zachte vertrouwen
dat een ander
zo dichtbij laat komen,
dat ook het ongezegde
wordt verstaan.
En daarin raken God en mens elkaar.

Afbeelding uit kunstgalerij Artihove, kunstenares: Corry Ammerlaan.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )