v-5.jpg
Lezingen: Daniël 7:13-14; Johannes 18, 33-37
Het feest van Christus Koning

Wie wil er de baas zijn? Koning zijn in zijn eigen rijk? De baas zijn van een bedrijf, een instelling, een stad, een school, een winkel? Ik hoorde over de baas van een supermarkt die boos was op een kassajuffrouw. In de ogen van de kassajuffrouw is te zien dat ze bang is. Haar baas heeft haar op een fout betrapt. Een ernstige fout, of eigenlijk een overtreding, want ze heeft een flessenbon die ze had gevonden in haar eigen zak gestoken. Ze krijgt er stevig van langs. Ze heeft een tijdelijke aanstelling en weet dat ze afhankelijk is van de manager. Ze vreest het ergste, want hij is de baas, koning in dit domein. Wat zal hij met zijn koningschap doen?

Wat betekent koningschap eigenlijk voor ons? Behalve de tierelantijnen van hermelijnen mantels, prachtige jurken en paleizen associëren we de traditionele koning ook met macht en overheersing. Als je de herdenkingen van de eerste wereldoorlog over je heen hebt laten komen, de gruwelen van de loopgraven tot je door hebt laten dringen, maar ook het hedendaagse cynische spel van de macht met moeite aanschouwt, wat is er dan nog glorieus aan de heerser van een rijk? En als we het dichterbij halen en als we onze eigen macht bezien, als we uit de bocht vliegen wanneer we iemand in een hoek plaatsen en rigoureus ons oordeel klaar hebben. Hoe machtig willen we zelf zijn? Wie wil er nog koning zijn?

'Gij zijt dus toch koning?', vraagt Pilatus. Stel dat die vraag aan u wordt gesteld. Kunt u zich een situatie voorstellen dat er iemand is die aan u vraagt: gij zijt dus toch koning? Wat zou er aan de vraag vooraf gegaan zijn? De vraag zal wel gesteld zijn vanuit een achtergrond van macht en invloed. Misschien is wel het meest intrigerende woord in de zin 'gij zijt dus toch koning', niet het woord 'koning', maar het woord 'toch'. Tóch koning. Niemand had het verwacht, eigenlijk keek iedereen naar iemand anders die de belangrijkste plaats in het bedrijf innam. Maar het is niet de CEO die de werkelijk macht bekleedt, maar blijkbaar ben jij het. Je staat een treetje lager in de pikorde en bent degene naar wie geluisterd wordt. Waarom wordt er dan wel naar jóu geluisterd en niet naar de werkelijke koning? Wanneer ben je waarlijk koning? Is het omdat je niet met macht bent bekleed, maar met gezag? Wordt er naar je geluisterd omdat je oprecht bent, vaker luistert, dan spreekt?

Dat het koninkrijk waar Jezus over spreekt niet van deze wereld is, dat hebben we zojuist weer in het evangelie gehoord. In deze laatste zondag van het kerkelijk jaar vieren we het feest van Christus Koning. Nu wordt de kroon op Jezus' werk gezet. We sluiten het jaar af met een feest: Hij is werkelijk Koning. Maar ook onwerkelijk, want wat we met Palmpasen zagen verbaasde ons al, welke machthebber komt er nu op een ezelsveulen Jeruzalem binnen? Vooruit, als we aan de afbeeldingen denken van Christus Koning, dan zien we ook vaak een kroon, een scepter en een troon. Maar niet altijd. We zien Hem ook met simpel kleed afgebeeld, een zegenend gebaar rechts en een bijbel links. Of met een lam op zijn schouders. In het verhaal van zo-even zien we Jezus voor

Pilatus staan, armoedig gekleed en groots van geest, lichamelijk gehavend en geestelijk ongebroken.

In sommige landen horen we de laatste tijd regelmatig de roep om een sterke man. Degene die alles in de hand heeft. Luister naar hem en stem op hem. Misschien is het aanstellen van een dictator niet wat we echt willen, maar we weten wel waar we aan toe zijn. We hijsen hem op het schild en verwachten van hem dat hij alle vuile karweitjes opknapt. Wat gebeuren moet, zal gebeuren. In Brazilië is degene gekozen die om het hardst schreeuwt dat als het moet 'hij de trekker zelf zal overhalen'. Geen zacht gefluisterd gebed, maar een schreeuw van de macht van het grote gelijk. En zit die dictator ook in ons hoofd? Kunnen ook wij niet soms schreeuwen om aandacht, roepen dat het 'nu eenmaal zo is en niet anders'. Dat als het aan ons zou liggen, het allemaal veel eenvoudiger zou zijn, dat de oplossing voor de hand ligt, als ik mijn zin krijg. Ons Koninkrijk. Als we het Onze Vader bidden, dan bidden we: Uw Rijk kome. Niet ons rijk, úw rijk. Is dat ook het Rijk van de profeet Daniël, die we lazen in de eerste lezing? Daniël heeft een visioen, waarin aan een hoogbejaarde de heerschappij wordt gegeven, luister en koninklijke macht. Het is een apocalyptisch beeld waarin wordt weergegeven wat er gebeurt als het kwaad wordt overwonnen. Ons wordt opgeroepen om het vol te houden, want uiteindelijk zal God overwinnen. Dit beeld dat Daniël ons schetst leggen we over dat van Christus heen; ook hij is Koning van het heelal. Uw Rijk kome: een rijk waarin we het volhouden, waarin we de laatsten de eersten laten zijn, waarin we leven door de dood heen zien, waarin we mogen zijn wie we zijn en waar we troost ontvangen, waarin wie arm is rijk zal zijn.

Hoe liep het af met de baas van de supermarkt en de kassajuffrouw? Hij voelde er zich niet goed bij, toen hij haar wilde ontslaan. Hij heeft haar nog maar eens gesproken, want boos is hij niet meer. Een gewoon gesprek. Misschien is hijzelf wel opgeluchter dan de kassajuffrouw. Ze zijn beiden de koning te rijk.

Pilatus hernam: 'Gij zijt dus toch koning? ' Jezus antwoordde: 'Ja koning ben ik.' Eigenlijk staat er: u zegt dat ik koning ben. Jezus laat zich niet op dit koningschap voorstaan. Maar hij kan niet anders dan getuigen van de waarheid. Christus Koning; Jezus is waarachtig koning. En met dit koningschap zien we een ander, dichtbij koninkrijk voor ons. We zijn er niet cynisch, maar vrij. Niet blind gehoorzamend, maar een innerlijke roep volgend. Niet miezerig en kleingeestig, maar met een open hart. We worden uitgedaagd om ook zelf de koninklijke weg te bewandelen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )