v-1.jpg
Lezingen: Jesaja 62;1-5; Johannes 2:1-11
1e zondag na Epifanie

I.
Als ‘bijbelgetrouwe christen’ (zie Nashville-ondertekenaars) neem ik Bijbelse verhalen niet letterlijk alhoewel ik ze naar de letter lees. Hoe anders! Ze zijn geloofsliteratuur en zo wil, ja móet het stuk uit het Johannesevangelie worden gelezen. Als je dit verhaal als een wonder uitlegt, ontgaat je de gelaagde betekenis ervan en zijn indringende boodschap, dat met dit teken van Jezus God zelf tussen de mensen zijn heerlijkheid laat zien. Dit vertellen gebeurde op een wijze dat diegenen die het hebben gehoord dit wonderbaarlijke vermogen van Jezus geloofwaardig konden vinden. Als het alleen maar om zou gaan hoe geweldig Jezus kon toveren, waren we er al gauw klaar mee. Geweldig, bewonderenswaardig. Maar verder…. wat had je daar nou aan?
En nu kom ik bij de beelden die Johannes inzet om deze verschenen en effectief werkzame heerlijkheid van God plausibel te doen zijn.

II.
Al lezende zijn wij te gast op een bruiloft in Kana, een provinciestadje in Galilea. Zoals we in de woorden van de Derde Jesaja hebben gehoord, kon men zich de heerlijkheid van God voorstellen als een intieme liefdesrelatie tussen bruidegom en bruid. Laten we maar na deze opgewonden week (Nashville) de kwestie van hetero en homo buiten beschouwing. Waar het om gaat is de liefdesrelatie en het feest die de liefde tussen twee mensen in gemeenschap met familie en vrienden uitgelaten en vreugdevol markeert. Het Hogelied is als Bijbels boek opgenomen omdat het in zijn zinnenprikkelende erotiek als zinnebeeld werd gezien van die liefde tussen God en zijn volk.
Ik kom nu bij een tweede symbool en dat is de wijn. Het land dat God voor zijn volk had beloofd wordt vaak in het beeld gezien van een wijngaard. Als huwelijk en wijn beelden zijn van de liefde tussen God en de mensen, dan is die liefde op alvorens het feest goed op gang is gekomen. De relatie is verwaterd. De gloed is eruit. Een nieuwe bron is in de verste verte niet te bekennen. Wil deze liefde tussen God en volk opnieuw gaan vloeien is daarvoor de inzet van de Messias nodig die daarvoor ook herkenbaar moet zijn gekomen. En dat is precies aan de hand met Jezus. Daar hoort nog iets bij. En daarvoor komt Johannes met nog meer metaforen uit de Bijbelkast.
De episode speelt zich af ‘op de derde dag’ terwijl je volgens het dagenschema dat Johannes hanteert op de vierde zou moeten zitten. Daarmee geeft Johannes aan dat de formulering 'ten derde dage’ liturgisch moet worden gelezen en in verband worden gebracht met Pasen. Het teken dat Jezus hier doet, is te verstaan in het licht van zijn opstanding. Wat uitgeblust ten dode opgeschreven is, brengt Jezus weer tot leven, tot nieuw leven wel te verstaan. De transitie (of zo u wilt ‘transsubstantialisatie’ – RK-begrip bij eucharistie waar wijn tot lichaam van Christus wordt etc.) van water naar wijn is opstanding. En dat gaat ook niet zo maar, maar is een heel proces. Voordat ik het over het proces heb, nog het laatste symbool: het plaatsje Kana klinkt erg verdacht naar Kanaän, het hele vruchtbare land als bakermat van de menselijke civilisatie. Het ligt aan de grens met Syrië. Het perspectief van de liefdesrelatie van God met zijn volk is niet meer Israël alleen, maar de hele bewoonde wereld, de oecumene. Zo, en nu het proces.

III.
Johannes is evangelist en geen psycholoog. Die waren er toen nog niet. Dat neemt niet weg dat er heel veel en diep psychologisch inzicht was. De verandering van water in wijn deed zich niet zo maar voor. Jezus was geen tovenaar of een soort medium die over gefantaseerde goddelijke almacht zou beschikken om iets te doen wat in onze wereld substantieel onmogelijk is. Er is iets anders aan de hand.
Om de beslissende handeling in gang te krijgen, krijgt de moeder van Jezus een markante rol. En daar speelt zich iets boeiends af tussen moeder en zoon. Het is de moeder van Jezus (wordt met haar naam hier niet genoemd), die opmerkt, dat de wijn opraakt. Zij heeft een profetische en initiërende rol. De vrouw, de moeder!
De heerlijkheid van God levert zich blijkbaar uit aan praktisch ingestelde en communicatief sterke mensen. De moeder van Jezus was er zo een. Een man kwam deze eer niet toe. Alle eer aan haar.
Zij neemt waar dat er geen wijn meer is. Zij interpreteert dit gegeven in de zin van het doel: het feestelijke karakter van dit huwelijk komt in gevaar. Ok, het zit hem niet in de alcohol, maar eerder in de symbolische geladenheid van deze cultuurdrank. Het blijft niet bij de waarneming. Zij doet er wat aan en ze weet ook wie in deze aangesproken kan worden: haar eigen zoon. Zij neemt niet alleen waar, wat er aan mankeert. Zij weet niet alleen wie er wat aan kan doen, zij spreekt hem ook vanuit die wetenschap aan, terwijl hij er blijkbaar nog niet aan toe is. Zij kent Jezus op dat moment beter dan hij zich zelf. Hij wijst zijn moeder nogal grof af. Nogal puberaal, vind ik. ‘Vrouw’ zegt hij. Afstandelijker kan het niet. ‘Waar bemoei jij je mee?’ En dan komt weer een theologische uitspraak: ‘Mijn uur is nog niet gekomen’. Hij wilde als Messias wel uit de kast komen, maar nog niet op dit in zijn ogen te vroeg moment.
De moeder is wijs en laat haar zoontje even met rust. Ondertussen voorziet zij, dat Jezus het er niet bij zal laten zitten. Daar anticipeert zij op en geeft de diakenen de opdracht om te doen wat Jezus tegen hen zal zeggen, ook al zal voor deze handeling moed nodig zijn en vertrouwen. En zo geschiedde. De kundige wijnproever moet constateren dat de wijn in de aarden kruiken waar eerst water was, nu betere wijn zat dan eerst werd geschonken. Ook dit mag weer theologisch worden geïnterpreteerd. Johannes zegt, dat het vernieuwde verbond in Jezus naar meer smaakt dan het verouderde. We hebben het hier niet te maken met hogere fysica (meta-fysica), maar met geloofsliteratuur. Zo, dit zij de fundamentalisten van alle schakeringen in de oren gewreven.

IV.
Het is eigenlijk een heel simpele boodschap. Waar wij al dienende doen wat Jezus heeft gezegd, dan ontstaat er een levendige boel. Hij zorgt ervoor dat de liefdesrelatie met God voelbaar en ervaarbaar blijft. Zo meteen drinken wij wijn en druivensap om dit met elkaar te vieren in alle eenvoud. Wij zijn in die liefde met elkaar verbonden, waar we ook vandaan komen, geslacht, ras, geaardheid spelen geen rol. In Christus zijn wij allen gekend in onze tekortkomingen, in onze twijfels, angsten en in onze vermoeidheid om nog te geloven dat er leven is uit de dood vandaan. Hebben we dit van de week niet weer mogen ervaren, dat we als kerken kunnen laten zien, dat we een gemeenschap voor alle mensen zijn zonder aanzien des persoons? Flikkerde niet weer een lichtje en aardig vlammetje op zodat we de warmte en de gloed voelden om op te komen voor hen die in vele delen van de wereld worden veracht en vervolgd en ook in ons land nog lang niet altijd veilig zijn.
Uit water heeft Jezus wijn gemaakt. Uit een verklaring van beton heeft hij een gemeente opgeroepen, waar niet met stenen, maar met woorden wordt gestreden. Waar geen muur wordt gebouwd, maar naast een open deur een veelkleurige vlag wappert in de wind vanuit bewogenheid. In al dat vele dat verwatert, is dit niet de wijn die Jezus in onze aardse vaten weet te schenken? Laten we daar maar gewoon van uit gaan en nu de beker heffen en drinken op broederschap en zusterschap in een wereldwijde gemeenschap waar de heerlijkheid van God zichtbaar is en voelbaar onze tongen streelt met de voorsmaak van een Rijk waar vrede recht met een kus ontmoet, verzoening is met ons leven en elkaar, vergeving, om hand in hand eraan mee te werken dat het feest doorgaat dat God met ons allen viert: beminden voor altijd.

Amen.

 

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )