v-3.jpg
Lezingen: Psalm 37:1–11,39-40; Matteüs 5:1-12
6e Zondag na Epifanie

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

De zaligsprekingen behoren tot de teksten uit de Bijbel, die je blijft overdenken, overwegen in je hoofd en in je hart, heel je leven. In de traditie van de kerk van Rome worden ze gelezen met Allerheiligen op 1 november. In de Oosters Orthodoxe Kerk hebben de zaligsprekingen een vaste plaats in de liturgie. Iedere zondag worden ze gezongen, zelfs of juist op Goede Vrijdag.
In de Protestantse traditie hebben ze een plaats gekregen op het hugenotenkruis. Het is in de 17e eeuw ontworpen door een Franse edelsmid. Het bood de protestantse gelovigen de mogelijkheid een kruis te dragen dat anders was dan het kruis dat door katholieke gelovigen werd gedragen.

maltezerDe basis van het Hugenotenkruis is het Malthezerkruis. Het insigne van de Ridders van de heilige Johannes van Jeruzalem.
Op de hoeken van het kruis zitten acht parels.
De acht parels verwijzen naar de acht zaligsprekingen uit Matteüs 5:3-10
De armen van het kruis worden verbonden door een krans van vier lelies.
Lelies staan voor reinheid en oprechtheid. De leliën des velds worden ons verderop in de bergrede nog ten voorbeeld gesteld door Jezus!
De ruimte tussen de armen van het kruis en de lelies vormen vier open harten.
Een open hart is het symbool van liefde en trouw. Een open hart is ook een hart dat wil luisteren naar Gods wil.
Aan de onderkant van het kruis hangt een duif.
De duif is het symbool van de Heilige Geest, die neerdaalt uit de hemel en op wonderbare wijze bewerkstelligt dat onze harten opengaan voor God en de mensen om ons heen. Het kruis werd gedragen als herkenningsteken, als een stille getuige van het protestants zijn.

In welke geloofstraditie we ook zijn ingewijd, wat ons verbindt is, dat de zaligsprekingen zijn voor ons als Jezus zelf. Heel vertrouwd en tegelijk zijn ze ook altijd weer anders dan we dachten te weten. Ze zijn geen preek, geen reglement of instructie van wat je wel moet doen en niet mag doen. Nee ze zijn eerder een uitnodiging om anders om te gaan met onze verontwaardiging, boosheid vanwege het kwaad en onrecht dat we ondervinden. Anders om te gaan met teleurstellingen, verdriet en wat niet lukte. De zaligsprekingen zijn ons zo dierbaar, omdat we in deze woorden ervaren hoe hemel en aarde, God en mens elkaar raken, met elkaar verbonden worden. Maar toch vooral, horen we in deze woorden, dat God op onze wereld betrokken is. Dat Hij ons trouw blijft. Dat Hij er is om ons op te vangen als alles ons uit de handen valt.
Vandaar dat onze harten opengaan bij de woorden van Jezus: ‘Gelukkig, zalig, gezegend..’ Het is alsof Hij ze tegen ieder van ons persoonlijk zegt.
Daar verlangen we zo naar. Dat jou wordt recht gedaan, om wie je bent, om wat je doet. Dat al onze inspanningen, moeiten, worstelingen met pijn en verdriet, teleurstellingen en te kortschieten in het leven, dat ze door God gezien worden.
Dat er iemand is, die geduldig, meet aandacht en opengeest naar je luistert. Als je opeens in je leven niet meer verder kunt. In de knoop zit met iets, met jezelf of een ander. Wat een gelukkig mens ben je als er dan iemand is die luister. Die genoeg om je geeft om te blijven en te luisteren. En niet meteen met goede raad aankomt. Dat is niet het eerste wat je nodig hebt. Oplossingen komen later wel. In ons zoeken, dwalen en verdwalen hopen we erop dat God ons niet zal toerekenen al waar we in tekort schoten en of verkeerd deden, maar dat Hij ons vergeving zal schenken. Dat helpt steunt je om je eigen schuld onder ogen te zien, om wat verkeerd ging uit te praten en dat moeilijke gesprek onder vier ogen niet uit de weg te gaan.

In de woorden die Jezus spreekt vanaf die hoge berg, horen we waar we in ons leven steeds naar op zoek zijn: bevestiging en erkenning. Dat ons van Godswege wordt gezegd: wie we mogen zijn, dat we er mogen zijn. Maar anders dan ten tijde van Maarten Luther, Johannes Calvijn en de Franse protestanten is onze grootste zorg vandaag de dag niet:
Hoe kom ik in de hemel? Kom ik wel in de hemel?
Voor de gelovigen van toen waren dat heel wezenlijke vragen. Daar hing hun ziel en zaligheid vanaf. Wij daarentegen zitten als het ware vastgeketend aan de aarde.
En telkens als we die woorden van Jezus horen:

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn ...
Zalig de treurenden ...
Gelukkig de zachtmoedigen,
Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid ...
Gelukkig de barmhartigen ...
Zalig wie zuiver zijn van hart,
de vredestichters en de vervolgden.

Ja, dan springt het hart omhoog in ons van vreugde en ontroering. Dan denken we bij onszelf: ja, zo wil ik zijn, zo mag ik zijn. En tegelijk is er ook die andere reactie: maar zo ben ik niet. En dan meteen daarna die nog fellere emotie: maar zo wil eigenlijk helemaal niet zijn. Nederig van hart, bedroefd, vervolgd. Want dan ben je een loser volgens de maatstaven die in onze samenleving gelden. Het is daarom misschien wel dat die zaligsprekingen ons blijven intrigeren. Of beter gezegd ons geen rust gunnen.
Je blijft er mee bezig. Steeds weer vraag je jezelf af: hoe zijn ze bedoeld?
Door de woorden van Jezus beseffen we hoe diep het streven in een ieder van ons zit, om onszelf te verheffen. Om meer te willen zijn dan de ander. Slimmer, mooier, handiger, gewichtiger, grappiger.. Om anderen voorbij te streven, de loef af te steken. Vanaf het kinderdagverblijf tot in het hospice. Heel ons verlangen en streven, om iemand te zijn in de ogen van de mensen om ons heen, wordt hier blootgelegd. Het is belangrijk dat de mensen om ons heen ons bevestigen. Daarom kijken we voortdurend naar boven en naar beneden. Het gaat erom dat je succes hebt. Dat je jezelf op de kaart zet. Het gaat erom dat je het gemaakt hebt. Als je het gemaakt hebt, hier op aarde, kom je toch zeker ook in de hemel ...

De zaligsprekingen laten ons moderne mensen niet met rust. Ze dagen ons uit. Zouden we ook durven zeggen: Zalig de mens die durft te mislukken, die fouten maakt, die niet perfect is. Op de één of andere manier is het door de zaligsprekingen, dat we ervaren er ontbreekt iets in ons leven, in onze samenleving.
Wij toetsen alle dingen op hun praktische werkzaamheid. Bij alles wat we doen, ondernemen, vragen we ons af: wat is het nut? Wat levert het op? Wat kan ik ermee? Hoe brengt het mij vooruit?
Ja, zo zouden we de zaligsprekingen willen lezen en toepassen.
Maar dat is een heilloze weg. In de zaligsprekingen worden we op een andere laag in ons menszijn aangesproken. We worden uitgenodigd om ons leven zoals in Psalm 37 werd gezegd ons leven in handen van de heer te leggen. Op Hem te vertrouwen en je niet te laten leiden door de ervaring die het leven ons biedt, maar te vertrouwen op wat Hij voor ons zal doen.
Door de woorden van Jezus worden we teruggevoerd in de gemeenschap met God en met elkaar.

Hoe wordt dat dan concreet?
Op huisbezoek hoorde ik een oude man zijn moeite met het ouder worden en oud zijn eens zo onder woorden brengen: ‘Ik moet het laten gaan, dat er steeds meer dingen zijn die ik niet meer kan. De éné dag kan ik wel het rondje maken en de andere dag kom ik niet verder dan het eerste bankje. Ik ben op het eind van de akker. Weet u, dominee, ik wacht gewoon rustig af totdat ik word geroepen.’
Van de week sprak ik een vriendin. Ze zei: ‘Gelukkig is de band met mijn broer na het overlijden van onze moeder weer hechter geworden. Maar hij kan zo stellig zijn in zijn opvattingen. Hij is zo overtuigd van zijn eigen gelijk, zoals hij bijvoorbeeld spreekt over vluchtelingen, Turken en Marokkanen. Ik laat het wel uit mijn hoofd om daarover met hem te praten. Ik wil de strijd met hem daarover niet aangaan. Misschien is het wel laf van me. Maar ik heb tegen mezelf gezegd: laat het gaan. Het was niet gemakkelijk, kost me veel moeite om er niet tegen in te gaan zoals laatst op zijn verjaardag. Het deed me pijn mijn broer weer zo tekeer te gaan over buitenlanders, alle cliché’ s werden van stal gehaald. Ja dat je broer en zus bent en toch zó verschillend.’

Het raakte me zoals mijn vriendin durfde toe te geven dat er dingen zijn in je omgang met je naasten, waartegen je niet bent opgewassen. Die blijven moeilijk..
Dat ene zinnetje: ‘je moet het laten gaan’ bleef bij mij hangen. Ik bleef erop doordenken. Het klonk zo koninklijk. Op de manier zoals Jezus koning wil zijn, niet hoog te paard maar nederig op een ezel. Zo zijn de zaligsprekingen bedoeld. Ze steunen ons om de houding waarop we zo prat zijn: iemand te zijn, die voor zijn of haar mening durft uit te komen. Ik zal het ze wel even zeggen. Die houding voor niemand wil wijken, om die houding te laten varen, te laten gaan, op te geven.
Zo vind je steeds in je leven de weg naar God en de ander terug. Een gelukkig mens ben je dan. Amen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )