v-3.jpg
Lezingen: Deuteronomium 26:4-10; Lucas 4:1-13

Het is weer eens een heftige lezing geweest die we hoorden. In een tijd waarin spiritualiteit vooral met innerlijke rust en harmonie wordt vereenzelvigd, kunnen we niet zoveel meer met de duivel.
Velen zoeken in het geloof vooral bescherming tegen een buitenwereld die veeleisend en gevaarlijk is. In zo’n wereld heeft het beeld van een duivel geen plaats meer.
Het is een beeld dat herinnert aan een geloof dat mensen vervult met angst en schuldgevoel. En het is begrijpelijk dat we daar niets meer mee te maken willen hebben. Maar zoals zo vaak het geval is, laat de tekst van het Evangelie een veel subtielere waarheid zien – want Lucas beschrijft een weg die Jezus, de voorganger in het geloof, moest gaan, vooraleer hij tot het besef van zijn eigenlijke opdracht kwam. Voor Hij wist waar zijn houvast te vinden was. Het is een weg van ontberingen en valkuilen die hier geschetst wordt, een innerlijk drama dat de mens Jezus doormaakt – misschien wel moest doormaken – om te komen tot het heldere inzicht waar het hem om te doen was.
En is dat niet de reden waarom zoveel mensen in de geschiedenis zich door het Evangelie geraakt wisten? Dat ze zich herkenden in de uitzichtloosheid van de woestijn, in wegen die met stenen en afgronden bezaaid zijn – waarmee ook Jezus geconfronteerd werd?

Het verhaal dat we vandaag hebben gehoord, laat zien dat de weg van het geloof niets te maken heeft met de zekerheden die sommigen aan het geloof toeschrijven – of van de christelijke boodschap verwachten. De worsteling met zijn demonen die Jezus hier in zijn diepe eenzaamheid doormaakt, laat zien dat de ontdekking van zijn ware bestemming niet zonder slag of stoot is gegaan. Het maakt hem tot een echte mens, blootgesteld aan de verleidingen van de wereld – zoals wij allemaal. Het is een weg van vallen en opstaan om er achter te komen waar het hem om te doen is, waar zijn handelen tot een eenheid wordt.
In zijn worsteling herkennen wij de onze – de verleiding om succesvol in de wereld te staan, om de wereld en de mensen om ons heen onder controle te houden, om mee te kunnen met de tijdsgeest. In het gevecht met zijn demonen leert Jezus zien wat het betekent geroepen te zijn door God – of anders geformuleerd, geraakt te zijn door de liefde die van buiten op ons af komt. De geliefde die ons ziet zoals nooit iemand ons gezien heeft, ook ik zelf niet – die ja zegt tegen wie wij zijn op een manier die we zelf niet voor mogelijk hadden gehouden.
Dat komt ons vaak niet zo goed uit, wanneer iemand iets in ons ziet, wat we zelf niet zien – het is confronterend, we hebben angst om de controle te verliezen over het leven, we moeten de vertrouwde beelden over onszelf loslaten.
Want misschien zijn dit wel de verleidingen van de duivel, die wij allemaal kennen, iedere dag opnieuw: de verleiding van de veilige zekerheid, van de macht over ons leven, zoals de modieuze happinez-spiritualiteit ons voorhoudt. Dat is de vermeende almacht om stenen in brood te veranderen, en almacht betekent ook alles onder controle te kunnen houden – dat is waar Jezus mee worstelt en dat hij moest leren loslaten om goddelijk mens te worden.
Dat is de aardse macht over alle landen en steden – te weten hoe het allemaal zit, beheersen van het leven, macht over de ander – dat is waar Jezus mee vecht, en waarbij hij moest leren ontdekken dat het echte leven de overgave is aan Gods liefdevolle afgrond. En zelfs de verleiding om zich aan deze sprong in het diepe zomaar over te geven, alleen maar om te kunnen bewijzen dat men terècht op Gods grootheid kan vertrouwen.
Dat Jezus zelfs die verleiding weerstaat, dat is wat hem tot onze voorganger in het geloof maakt, dat is bovenmenselijk. Want de nood aan bewijzen kennen we allemaal maar al te goed. We kennen allemaal die diepe behoefte aan bewijzen, aan zekerheid – houdt zij/hij wel echt van mij? Hoe echt is het eigenlijk? Is er in zijn hart niet stiekem een ander? Het leven leert dat wie bewijzen nastreeft op het amoureuze gebied, altijd aan het kortste eind trekt. En toch blijven we maar die zekerheid zoeken ten allen prijze.
In het geloof gaat het over een liefde die waarschijnlijk veel intenser is dan de liefde waar we het meestal over hebben, een liefde die zo vaak uitmondt in machtsstrijd, in de bezitsdrang, de controlezucht. Het is best akelig om het eigen leven uit handen te geven, om zich bloot te geven aan de blik van de ander. Dit vraagt om onthechting, om het loslaten van al onze controlemechanismen.
Ook Jezus – zelfs Jezus – moet leren wat ontvangen is, moet leren dat zijn bestemming hem gegeven wordt en dat het ja-zeggen tegen die bestemming hem niet meteen aardse successen zal opleveren. Integendeel, we weten hoe het hem vergaan is, tot op Golgotha.

De weg van het geloof betekent niet het zich conformeren aan wat de wereld toevallig past. En vandaag de dag is dit de ideologie van het opkomen voor het eigen belang desnoods ten koste van de eigen vrienden. De weg van het geloof is het nemen van het risico om in te gaan op het geraakt worden door de liefde van de ander, die mij ziet zoals nooit iemand mij gezien heeft.
De weg van het geloof behelst de onthechting van oppervlakkige zekerheid, van de bewijzen die we vaak nodig hebben vooraleer we ons openen naar de ander.
Dat is wat het Evangelie van vandaag ons leert – dat vasten niet betekent dat men matigheid en soberheid leert – maar dat we oefenen in het loslaten van een veel grotere verleiding, de verleiding om Gods liefde op de proef te stellen – of erger nog: het Leven zelf op de proef te stellen.
Maar ook hier weer de subtiele grootsheid van het Evangelie: want ook Jezus zelf worstelt daarmee – hij komt ons geen moralistisch vingertje voorhouden, hij vecht zelf met de duivel van de zekerheden. Want hij is een echte mens. Alleen zo kon hij worden tot wie Hij echt was. Wie verwacht te worden wie zij/hij is zonder slag of stoot, zonder verwondingen – die leeft niet echt.
Maar de weg van het Evangelie is de weg van het echte leven. En dat betekent kunnen leven met wat we niet zeker weten, met het risico bedrogen uit te komen en gekwetst te worden, keuzes te maken die geen succesvolle weg garanderen. Het alternatief is een veilig warm maar klein leven, voortdurend angstig om alles kwijt te geraken.
De bestemming die Jezus voor zichzelf ontdekt, is dat zijn leven juist gericht is op het bloeien van de ziel die door liefde geraakt wordt. Dit is een zeer kwetsbare aangelegenheid. Maar wie er op uit is om het leven zonder verwondingen door te komen, heeft geen idee van de grootsheid van het leven die in het Evangelie in het vooruitzicht gesteld wordt.

Laten wij ons raken door die boodschap van liefde?
Die liefde, waar psalm 90 van zingt ...
Als je me aanroept zo belooft de Eeuwige ...
Zal IK je beschermen Bied IK je geborgenheid
behoed IK je voor alle gevaren als het donker wordt
Behoed IK je voor de koorts in de volle zon
Behoed IK je op alle wegen, een leven lang
Ik hoop dat de psalm door u heen kan zingen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )