v-1.jpg
Lezingen: Joh 4:4-15,27-30; Psalm 34; Joh 4:5-42
Uitzwaai-viering van Jeanne Rens

jeanne3 infoAfscheid Ontmoetingskerk

Er is nooit een goed moment om weg te gaan, net zo min als dat er voor de vrouw een goed moment is om naar de waterput te gaan. 

Ze gaat op het heetst van de dag. Ze ontmoet Jezus bij de put. Er ontstaat een mooi, doch enigszins zoekend gesprek. Het spannende is: wie geeft wie te drinken? Er is een over en weer. Jezus vraagt de vrouw om water, hij heeft dorst. Maar hij heeft zelf ook iets te bieden, zo blijkt.

Het is in een notendop een prachtig beeld van een ontmoeting, en wat je zou kunnen noemen, een pastoraal gesprek. Een over en weer, van geven en ontvangen, van vragen en zoeken naar zin en betekenis. Alleen in het contact kan er verdieping ontstaan.
Het raakt voor mij dan ook aan de kern van de manier waarop ik de afgelopen jaren, hier samen met u in de Ontmoetingskerk, pastor heb kunnen zijn.

Eerst is er de ontmoeting, en dan zoek je samen verder. Er is een vraag en een wedervraag. Het contact verdiept zich en op een of andere manier zoeken we samen naar wat de bron van levend water zou kunnen zijn.

Er is een lied in de bundel van het jongerenkoor dat de clou samenvat:

Vertel me je verhaal en ik zal luisteren.
Vertel me van je leven, van je lach en je traan.
Vertel me van je dromen,
Welke taal je spreekt, ik wil je verstaan.

De waterbron in Samaria is niet toevallig zomaar een plaats waar Jezus zijn reis onderbreekt. Het is de bron van Jakob. Jakob, getekend door zijn gevecht met de engel, is na zijn overtocht over de Jabok na een lange reis aangekomen om een nieuw bestaan op te bouwen. Water had ie nodig, voor zijn familie en zijn vee. Hij sloeg de bron, een kostbare plek van leven.

Een bron ook van geschiedenis en traditie waaruit je kunt blijven putten. Een bron, die zich steeds weer vernieuwt, omdat het water, of is het de genade, blijft stromen.

In het gesprek tussen de Samaritaanse vrouw en Jezus, bij die bron, gebeurt nog meer. De vrouw komt tot het inzicht dat Jezus de Messias is. Deze bevrijdende ontdekking kan zij niet voor zich houden. Zij voelt zich eindelijk gezien en gekend. Zij verkondigt als een ware apostel, dat bij Jezus iedereen mee telt, dat hij met iedere mens in gesprek gaat, wie hij of zij ook is, wat ie ook heeft meegemaakt.

Alleen zo kan zijn boodschap van liefde kan stromen en een weg vinden in het leven van mensen.

De waterput is later nog steeds een plaats van ontmoeting op een plein in een multiculturele wijk. Waar mensen elkaar tegenkomen, ze komen voorbij op hun levensreis en drinken uit dezelfde bron, verhalen worden gedeeld, over en weer reikt men elkaar het leven aan. Moge die bron, van geloof en vertrouwen, van levend water, blijven stromen ...

Jeanne Rens. Overweging 30 maart.

 

Roland introDe samaritaanse vrouw aan de bron

Enkele weken geleden bracht ik op een basisschool een bezoek aan de zogenaamde plusklas. Een groep jonge, hoogbegaafde kinderen bezoekt deze plusklas één ochtend in de week en krijgt daar les van een bevlogen juf. De kinderen moeten niet alleen slim zijn om in aanmerking te komen voor deze klas, ze moeten ook een 'hulpvraag' hebben. Want voor veel van deze kinderen gaat het leren vaak minder vanzelf dan we soms denken. De klas hangt vol met teksten en tekeningen die de juf bij elkaar gezocht heeft en die niet zouden misstaan in een zelfhulpboek voor dolende zielen; zoals deze: 'Als je waagt, groeit je moed. Als je aarzelt groeit je vrees.' Ondertekend: Gandhi. Voor deze hoogbegaafde kinderen een goede aansporing, want het ontbreekt ze vaak aan moed. Ze hebben de lat voor zichzelf vaak zo hoog gelegd, dat ze niet meer durven springen. Als je waagt groeit je moed; als je aarzelt groeit je vrees.

In het bijbelverhaal vraagt Jezus aan de Samaritaanse vrouw om hem wat te drinken te geven. Meestal moet je iets overwinnen om een onbekende aan te spreken. Jezus had de moed om dit te doen; vanzelfsprekend was het zeker niet om als man, als rabbi, met deze vrouw of om als Jood met een Samaritaan in gesprek te gaan. Een gesprek met een onbekende levert vaak prachtige verhalen op. Vergezichten die je nog niet had ontdekt. Onze pastores kunnen hierover meepraten. Hoe vaak heeft Jeanne niet in gesprekken met nog onbekenden, met ons of met de ouderen in onze nabijgelegen verzorgingshuizen niet nieuwe werelden horen opengaan? Ze voert een goed gesprek. Het voeren van een goed gesprek staat aan de basis van ons begrip voor elkaar.

Maar is het gesprek bij de put een goed gesprek? Ze lijken in het begin vooral langs elkaar heen te praten. Jezus vraagt om water, maar zegt even later weer dat als zij enig begrip had van wat God wil geven en van wie hij, Jezus, is, dat zíj dan juist bij Hém om water zou vragen. Maar dan geen gewoon, maar levend water. De vrouw is nog niet ontvankelijk voor de metafoor en vraagt verbaasd aan hem waar dan zijn emmer is. Als blijkt dat Jezus alles van haar achtergrond weet, begrijpt de vrouw dat Jezus een profeet is. En dan komen beiden in het gesprek wél tot elkaar. Het gaat nu niet meer over die kruik met water, maar over niets meer of minder dan de waarheid die van Jezus uitgaat. Jezus openbaart zich hier en de Samaritaanse vrouw vertelt het opgetogen verder.

Het gesprek is niet meer brak, stilstaand water, maar stromend water. En daar kunnen we niet genoeg van krijgen. We leven van het water, we zijn er mee gedoopt. De put waar Jezus staat is een bron geworden. Het leven wat we leiden gaat niet langs een strak geplande weg, maar is kronkelig als een rivier. Soms wordt een dam opgeworpen en moet de rivier een andere keuze maken. Ook wij maken voortdurend keuzes en geven daarmee ons leven vorm. Wie waagt, ziet zijn leven stromen en zijn moed groeien. Haar moed; Jeanne maakt eveneens een keuze. Haar moed zal groeien. Ze gaat op zoek naar nieuwe gesprekken en nieuwe verhalen. De rivier van ons leven ontspringt aan een bron, waar ook Psalm 34 over spreekt:

'Roem mij met de grootheid van de Heer
sluit u aan om zijn naam te verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij gaf antwoord,
Hij heeft mij van alle angst bevrijd.
Wie naar hem opzien, stralen van vreugde.'


Als wij wagen in deze bron, onze Heer, te geloven, groeit onze moed. Het is geen een-voudige put meer die daar staat, maar een bron van levend water. Zoals onze Ontmoetingstuin, waar Jeanne zich zo voor ingespannen heeft, niet alleen een gewone tuin is maar een tuin is waar we op een bankje in gesprek kunnen gaan met elkaar, waar we de herinneringen aan onze overledenen koesteren en waar niet alleen stiltes en woorden stromen, maar waar straks ook een steen zal staan, waar het water uit opborrelt. De bron die we hier koesteren zal immers hier blijven. We heten toch niet voor niets Ontmoetingskerk? We laven ons aan de bron door elkaar eeuwige verhalen van waarheid en leven te vertellen en elkaar te ontmoeten. We zijn Jeanne dankbaar voor haar verbondenheid met ons en met het eeuwig stromende water.

Soms is het water onafzienbaar. Een rivier of zee waarvan we denken dat we deze niet kunnen oversteken. In de plusklas zit een meisje van zeven jaar, geconcentreerd aan haar opdracht te werken: stel dat je in een bootje alleen de oceaan over gaat steken; welke vijf voorwerpen uit de lijst zou je dan kiezen om zeker mee te nemen? En als je er dan nog zelf één ding aan toe mag voegen, wat zou dat dan zijn? Ik vraag aan het meisje wat zij zelf nog als extra zou meenemen. 'Een satelliettelefoon', antwoordt het meisje. Dat is slim denk ik, voor als de nood aan de man komt. Ik vraag haar, waarom ze dit heeft gekozen. Ze zegt iets anders, dan ik had gedacht: 'dan kan ik nog af en toe papa en mama bellen'. Hoe ver ze ook weg is, ze kan altijd in gesprek blijven, altijd terug naar de bron. Dat kunnen wij ook. We kunnen altijd terug naar de bron van levend water, altijd op zoek gaan naar nieuwe ontmoetingen. Als iemand van ons nieuwe paden in slaat blijven we verbonden. De bron blijft hier; de bron reist mee. Als we vanuit deze bron het wagen om elkaar te blijven ontmoeten, groeit onze moed.

Roland Brans.  Overweging 30/31 maart.

Het voeren van een goed gesprek staat aan de basis van ons begrip voor elkaar. 

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )