v-4.jpg
Lezingen: Handelingen 15:1-2,22-29; Johannes 14:23-29

Ik herinner me het overlijden van mijn moeder goed. De kamer, de aanwezigen, de plek waar ik stond, de ademhaling en het onpeilbare moment. Ook u kunt zich denk ik het sterven van een dierbare, zeker indien u daarbij was, goed herinneren. Ik kan en wil daar eigenlijk niet zo heel veel over zeggen omdat het zo'n sterk persoonlijke ervaring is. Of misschien kan ik beter zeggen: intiem en mysterieus. Wat aanschouwen we, waar zijn we getuige van? Zo nabij en zo ver weg is onze dierbare. We blijven op afstand, we zijn geen deelgenoot, wij zijn het die achterblijven. Ieder van ons heeft nu denk ik een dierbare in gedachten van wie afscheid is genomen. Waar we verdriet en vreugde over hebben. Met een verscheurd hart. Zoals bij een uitvaart ook het geval is: we beleven deze ieder op ons eigen wijze mee en onstuitbaar komen ons ook anderen voor de geest die we moeten missen.

Het is mooi als er vóórdat iemand overlijdt heel bewust afscheid kan worden genomen. Soms in een gesprek, soms met een blik, of streling. Vandaag horen we Jezus spreken, terwijl Hij wist dat zijn dood nabij was. Bij Hem was het natuurlijk anders, Hij was eigenlijk in de kracht van zijn leven, maar Hij wist wat er onontkoombaar zou gaan gebeuren. In zijn volle bewustzijn heeft Hij een afscheidsrede gehouden. In de evangelielezing van Johannes blikken we hier op terug. Jezus troost ons en spreekt ons toe. Hij troost ons door, terwijl hij al vooruitblikt op het moment dat hij er niet meer zal zijn, hij ons laat zien wat er zal gebeuren. Hij zegt: 'de Heilige Geest die de Vader in mijn naam zal zenden, zal u alles leren en alles in herinnering brengen wat ik u gezegd heb'. En dan spreekt Jezus uit wat het belangrijkste is wat hij na wil laten: Vrede. 'Vrede laat ik u na, vrede geef ik u.'

Vrede heeft Jezus ons nagelaten. Vrede en een kerk. Of dat nou precies zo de bedoeling was, is natuurlijk maar de vraag, maar hoe dan ook: we hebben een kerk. In de eerste lezing zien we bij het verslag uit de Handelingen al, hoezeer er vanuit de nalatenschap van Jezus, vanuit zijn boodschap, toch geruzied kan worden over wat de nog jonge kerk te doen staat. Het gaat hierbij over een onenigheid of álle christenen zich nu wel of niet moeten laten besnijden. De christenen vanuit het Jodendom waren immers besneden. Er wordt een besluit genomen dat van invloed zal zijn op de verdere ontwikkeling van de kerk, nl: ieder mag zijn eigen achtergrond en oorspronkelijke identiteit behouden. Dus als besnijdenis geen gebruik is, hoeft dat geen beletsel te zijn om waarlijk christen te kunnen zijn.

De kerk kent een lange historie van discussies en besluiten. Soms wordt de kerk wel met een mammoettanker vergeleken die maar moeizaam van koers kan wijzigen. Hoe het ook zij: zij blijft varen en we zullen altijd een dynamisch geloof beleven. Zoals we in dat ene lied zingen: 'blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden, ik zegt hij ga iets beginnen, het is al begonnen, merk je het niet?' In de Handelingen wordt uitgelegd op welke wijze het besluit over de besnijdenis wordt genomen. Het is een opmerkelijke werkwijze; er staat: 'De Heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het strikt noodzakelijke.' Ik stel me een vergadering voor waarin ik op deze manier een besluit uitleg: de Heilige Geest en het dagelijks bestuur hebben namelijk besloten dat.. Ik denk dat de reactie zal zijn: allemaal goed en wel, maar mogen wij er ook nog wat van vinden? Of: hoe weet jij wat de Heilige Geest vindt? Als ik het anders zou formuleren zou ik misschien eerder in de lijn van de eerste lezing van vandaag zeggen: beste mensen, moeten we alles volgens de letter naleven, of moeten we kijken wat de diepere betekenis van de oude regels en voorschriften zijn? Zijn wij in staat het oude los te laten en het nieuwe te verwelkomen? Kunnen we spreken zonder angst? Kunnen we in vrijheid leven en werken vanuit de bedoeling? Wat ís de bedoeling? Is het de bedoeling dat we de ruzie hoog op laten lopen of kunnen we echt nader tot elkaar komen? Zijn we in staat echt naar elkaar te luisteren en nog terug te denken aan de afscheidsrede van Jezus? Vrede liet hij ons na. En de Heilige Geest is pleitbezorger: God leeft in ons. We hoeven niet bang te zijn dat alles verdwijnt met zijn sterven, we moeten het nieuwe verwelkomen. We mogen dus ook de mensen in onze gemeenschap verwelkomen die er niet dezelfde gebruiken op nahouden. Want als we vastklampen aan het verleden sterft het nieuwe in ons.
Zo zou ik het dan maar uitleggen en wellicht zegt een goede verstaander: dat is je ingefluisterd door de Heilige Geest.

Soms eigenen we ons, onbedoeld, de overledenen toe. Dan weten we bijvoorbeeld beter dan onze broer of zus wat onze vader en moeder 'gewild zouden hebben'. We kunnen het aanvoelen, maar wat nou, als onze andere familieleden iets heel anders aanvoelen? U kent de jammerlijke verhalen wel van een familieruzie om een nalatenschap. Het beste wat we kunnen doen is denk ik wat we in de jonge kerk probeerden en nog steeds proberen in de 'grote diplomatie' : zolang we in gesprek blijven is er geen ruzie in de tent, is er geen oorlog. En kijk welke wonderen er gebeuren als we dat vanuit een zeker vertrouwen doen.

Ik herinner mij het overlijden van mijn vader niet op dezelfde manier als dat van mijn moeder. Ook en vooral omdat ik er niet bij aanwezig was. Maar ik weet nog wel dat ik enkele uren voor zijn overlijden met hem alleen was. Er werden gewone dingen gezegd, gewone handelingen verricht. Ik weet ze nog en het is vijf en dertig jaar geleden. Wat zou mijn vader en wat zou mijn moeder ons hebben willen nalaten? Hoewel het dus hachelijk is om hier iets over te zeggen, durf ik deze poging wel te wagen. Ik denk dat wat zij ons wilden nalaten, hetzelfde is als wat Jezus in zijn afscheidsrede zegt: Vrede. Ze zouden denk ik het liefst hebben gewild dat hun kinderen de vrede bewaarden, in vrede bij elkaar bleven. Of, zoals ik laatst ergens las en wat misschien nog beter is: bewaar de vrede niet, maar deel hem uit.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )