v-6.jpg
Lezingen: Amos 8:4-7 en Lucas 16:1-13
Vredesweek

Tijdens de preek kijk ik om me heen. De kerk waar ik me bevind ben ik niet eerder geweest, maar toch voelt het vertrouwd. Het altaar, de preekstoel, de prachtige gewelven, de staties, de heiligenbeelden. Ik luister met een half oor naar de preek; ik ben vooral bezig om de onbekend vertrouwde omgeving in me op te nemen. Onze kerk, zoals we hier nu zitten, is weliswaar soberder ingericht, maar voelt ook vertrouwd. Ook hier het kruis, het altaar, een lezenaar, maar minder beelden. Gelukkig hebben we sinds kort ook een echt glas-en-lood-raam. Altijd handig om het oog naar te laten afdwalen als het Woord ons wat minder boeit. Dan kunnen we ons verliezen in de kosmos die daarop staat afgebeeld. Enkele weken geleden viel mijn oog ineens op iets anders. Als je in het middenvak zit, kun je op de achterste rijen over het gordijn heen kijken, dat hier achter het altaar hangt. En ineens ben je dan niet meer in de kerk maar sta je buiten. Ineens kijk ik naar de emblemen van een blauw gevlagde grootgrutter, een supermarkt. Was het hier niet zo-even een hemel op aarde? Werden we niet meegenomen door een prachtig lied en een treffende parabel? Wat doet die buitenwereld hier dan ineens? En die winkel is nog open ook op zondag. Voelen die geluiden en beelden van buiten niet als een indringer? Zit ik me daar ineens te denken dat ik nog een paar pakken yoghurt moet halen.

De buitenwereld komt bij ons binnen. Zijn kerk en leven dan gescheiden werelden? Zo komt het ons soms wel voor. In het weekend gaan we naar de kerk en door de week doen we andere dingen. We gaan op stap, doen boodschappen, gaan naar school of naar ons werk. Natuurlijk horen we hier over de rechtelozen en de armen, maar kunnen we echt een verbinding leggen tussen ons geloof en ons leven? Ik denk wel dat u het probeert; ik denk dat ik het probeer. Maar wat ons soms in de weg kan zitten is: onze rijkdom, onze bezittingen, ons geld. Zoals we hier zitten zijn we niet allemaal even rijk, maar door de bank genomen leven we hier in ons land in goede welstand. Natuurlijk, ook hier hebben we onze voedselbank en hebben mensen moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar we hebben wel allemaal te maken met een wereld van verleidingen. De blauwe vlaggen die ik achter en boven de gordijnen zie roepen me toe: kom maar, hier is het, er is altijd wel een aanbieding.

In de evangelielezing horen we een ongemakkelijke parabel. Daarin valt niet expliciet het woord geld, maar wel de woorden 'schulden', een 'rijke man' en de 'mammon'. De mammon associëren we met het grote geld, de begeerte naar dure spullen en het verlangen naar meer bezit. Iets minder onschuldig dan twee pakken yoghurt. Er is wat vreemds aan de hand met deze parabel. Het verhaal gaat over een rentmeester die niet goed met het eigendom van zijn heer is omgegaan en die ontslagen zal worden. Nu heeft de rentmeester een probleem, hij zal immers aan zijn kostje moeten komen. Vervolgens laat hij iedereen bij zich komen die schulden bij zijn heer heeft en halveert hij deze schulden. Opnieuw fraude. En het lijkt wel of Jezus hem daar nog om waardeert ook. Jezus weet dat er altijd iets onrechtvaardigs aan geld kleeft. Alleen het bezít van geld en goederen kan al verdelen, de een heeft het en de ander niet. De een heeft meer toegang tot belangrijke diensten, wonen of voedsel, de ander niet, of minder. We kunnen ook niet zonder. Het bezit van geld heeft nu eenmaal zijn nut, ook al zijn we niet altijd gecharmeerd van de verlokkingen van de koopgoot. Jezus prijst niet de oneerlijkheid van zijn rentmeester, maar wel zijn handigheid. De rentmeester zoekt zijn weg, hij maakt vrienden onder de schuldenaren en zorgt ervoor dat de mensen die ooit van hem afhankelijk waren hem in de toekomst graag zien komen. Is hij een opportunist? Of een slimme man die ervoor zorgt dat zijn schuldenaren zijn vrienden worden? Door de schulden te delen, investeert hij in relaties. Hoe dan ook: dezelfde heer die hem zal ontslaan prijst hem om zijn handelwijze.

Jezus besluit zijn parabel met de nu voor ons zo bekende uitspraak: Gij kunt geen twee heren dienen; God en de mammon. Probeer het goede te doen. Het geld en de goederen zijn ons gegeven. We hebben het nodig, maar we hoeven er geen slaaf van te worden, we kunnen het inzetten voor een rechtvaardige samenleving. De profeet Amos, waar we in de eerste lezing van horen, trekt ten strijde tegen uitbuiting en onrecht. Hij zegt ons dat God die onrechtvaardige daden nimmer zal vergeten. Hij wijst ons op de barsten in de samenleving, op de plaatsen waar we juist niet samen-leven. Hij roept ons op tot gerechtigheid. Die oproep horen we ook in deze Vredesweek. Het thema van de Vredesweek van dit jaar is: Vrede verbindt over grenzen. Misschien lukt het als we een president over een Koreaanse grens zien stappen, misschien komt ook daar een einde aan cynisme. Voor ons zijn er genoeg kleine grenzen die we kunnen oversteken: als we toch een knikje en een 'goedendag' geven aan die wat afstandelijke buurtgenoot. Vrede is niet makkelijk. We sluiten geen vrede met mensen die we al tot onze vriendenkring rekenen, maar juist die daar níet toe behoren, met onze vijanden of waar we het niet meteen goed mee kunnen vinden.

Eigenlijk wel mooi dat we achter deze lezenaar langs nog naar buiten kunnen kijken, over de gordijnen heen. Dat herinnert me eraan dat ik hier geen zondags kunstje aan het doen ben. De innerlijke vrede die ik hier zoek en soms vind, mag ik mee naar buiten nemen. Die Vredesweek wordt een Vredesjaar. Juist hier in de liturgie komen hemel en aarde samen. Ons oog dwaalt vanaf het kleurrijke raam van de kosmos, naar het kruis en het altaar, waar straks het brood op staat dat we delen. Ik probeer slechts één Heer te dienen en dat valt niet mee. Maar laat toch de gordijnen open staan, of op z'n minst op een kier. Zodat we zicht hebben op de mammon én op het koninkrijk van God waar we over zingen en bidden. Als u straks weer buiten bent, neem dan wat van binnen mee

.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )