v-6.jpg
Lezingen: Ex. 17:8-13; Luc. 18:1-8

Praat u met elkaar wel eens over hoe je bidt? Of misschien wel over: of je bidt? En dan bedoel ik niet eens of je in de kerk met elkaar bidt, maar thuis. En hoe bid je dan? En voor wie?
In de tijd dat ik hier nu ben heb ik al veel mensen, hier in de Ontmoetingskerk, en ook tijdens huisbezoek horen praten over bidden. Meestal wordt het verteld in de combinatie van: ik ben niet meer kerkelijk, maar ik bid wel. Ik noem een paar voorbeelden. Misschien herkent u er zich wel in.
"Ik bid elke dag voor het slapen gaan. Dan heb ik een serie mensen voor wie ik altijd bid. Mijn kinderen en ook nog anderen. En ik dank God elke dag"
"Niemand begrijpt wat dat betekent als je iemand voor de auto krijgt", zei een automobilist tegen mij die een kind had overreden. "Ik kan wel bidden."
"Ik bid niet tot Maria, maar ik vertel haar verhalen", zegt iemand. "Dat is toch ook bidden?"
"Wil je met mij bidden?", vraagt een vrouw "en mij zegenen, omdat ik zo ziek ben?"
"Mijn moeder …, broer …, zus, is overleden en we hebben niet goed afscheid kunnen nemen. Maar ik bid wel voor haar, hem. Willen jullie met ons bidden?"
"Bid je voor mijn dochter? Ze heeft kanker". 

We bidden met verdriet, we bidden voor onze geliefden, we bidden als we het niet meer weten, we bidden om te troosten of getroost te worden, we bidden zonder woorden en met tranen, we bidden in een vast ritueel, dat houvast biedt. En we bidden op onze eigen manier, met eigen woorden, met vaste gebeden, alleen en samen.
We vragen, we huilen, we danken, we zwijgen, we prevelen, we schreeuwen vanbinnen, we voeren een goed gesprek met God, we luisteren naar ons hart, we verlangen.
Maar helpt bidden eigenlijk wel? 

We hebben net twee sprekende verhalen uit de bijbel gehoord. In het eerste beeld horen we over Mozes. We zien het zo voor ons. De Amalakieten willen niet dat het joodse volk in hun tocht door de woestijn de berg Sinai zal bereiken. Er ontstaat een kleine oorlog waar Jozua in vecht. Mozes bidt. Zolang zijn armen geheven zijn, (armen omhoog) helpt God en wint Jozua. En als hij zijn armen laat zakken, (naar beneden) is Jozua aan de verliezende hand. Maar als hij dan zijn armen weer heft…(omhoog). Als hij moe wordt zijn er anderen die ervoor zorgen dat hij zijn armen omhoog kan houden. Nu lijkt het alsof God alleen helpt als hij zijn armen geheven heeft, alsof het een voorwathoortwat God zou zijn. Dat is niet zo. Jozua kan namelijk Mozes zien omdat Mozes op de berg staat. Zolang Jozua ziet dat Mozes bidt, heeft hij vertrouwen, maar als Mozes zijn armen laat hangen, verliest ook Jozua de moed. Door het gebed van Mozes helpt God, maar Jozua ziet en vertrouwt dat er voor hem gebeden wordt.

Helpt bidden? Je zou kunnen zeggen: help jij mij vol te houden? Sta jij aan mijn kant? Wil jij met mij bidden? Bid je voor ons, voor anderen? Ze en wij putten er moed uit.
In het evangelie verhaal twijfelen de leerlingen van Jezus, net als wij, over de vraag of bidden wel helpt. Jezus vertelt dan van de onrechtvaardige rechter. Hij wil een weduwe, die recht heeft op zijn steun, niet helpen en stuurt haar weg. Hij heeft geen tijd, geen zin. De weduwe dringt aan. Om van haar af te zijn komt de rechter haar te hulp. Jezus trekt deze vergelijking om uit te leggen dat als een onrechtvaardige rechter al helpt, God welzeker zal helpen als de smeker blijft smeken, de verdrietige blijft aandringen, het verlangen blijft klinken.
Helpt bidden? Volgens deze verhalen wel. Bidden is misschien wel aan God en aan je omgeving laten weten dat we de moed niet verliezen, dat we blijven hopen.
We bidden altijd in situaties die te groot voor ons zijn om te bevatten, of alleen te kunnen oplossen, die buiten onze handen vallen, waar het leven ons overrompelt, terwijl wij daar zelf niet zo veel aan kunnen doen. Bij overlijden, bij ziekte, bij persoonlijke rampen, bij levensgrote gebeurtenissen in de wereld, waar we machteloos toekijken en bidden: oh God, niet alweer Syrië. Met gebed geven we ons over. we zeggen en laten weten: God, ik zie dat dit te groot voor mij, ons is... Uw wil geschiede.
Maar ... Onze God is geen Sinterklaas-God. U vraagt, wij draaien. God, help dat ik een nieuwe auto krijg. God, zorg dat het niet meer regent. We kunnen vaker ook zelf iets doen. Als je gespaard hebt voor een auto helpt dat zeker. Je kunt bidden voor een goede sfeer op je werk, maar als je zelf met een slecht humeur rondloopt, kan onze God dat niet zo snel verhoren.
We smeken, we vragen, we danken ook. Voor al datgene wat we meemaken, voor wat ons gegeven is. Niet voor niets vieren en gedenken we de eucharistie. Eucharisteo betekent dankzeggen. We zeggen God dank voor ons leven, ook in ons gebed.
Tenslotte is er dan nog het luisterend bidden. We vragen niet meer. We snakken niet naar de troost. We luisteren naar wat God ons wil zeggen, sprekend vanuit onze ziel. Wachtend op een antwoord. Rondkijkend, luisterend, aandachtig in de wereld van God.

Helpt bidden?
Met gebed brengen we tot uitdrukking dat we beseffen dat ons leven groter is dan dat we zelf kunnen zijn. Door voor anderen te bidden maken we duidelijk dat we zien dat een mens er niet alleen uit kan komen en dat we met elkaar en God verbonden zijn. Dat maken we duidelijk door onze vragen, onze overgave, en door vol te houden.
En, mocht het onszelf niet meer lukken, mochten onze armen te moe worden, dan hebben zijn er altijd anderen, ook hier in de geloofsgemeenschap, die ons ondersteunen. Zodat we weten dat we niet alleen zijn. Bidden wij dan tot God dat hij ons verhoort. Bidden wij dat we haar horen.

 Amen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )