v-1.jpg
Allerzielen

Midden op het pad sta ik verdrietig stil. Ik kijk wat achter me ligt en naar de weg voor me.
Het einde daarvan is niet in zicht. Voor me ligt vooral een pad vol plassen. Ze zijn soms zo groot dat je er niet om heen kunt. Wie verder moet, moet er dwars doorheen.
Boven de weg drijven donkere wolken. Af en toe waait de wind er kortstondig een stukje blauwe lucht doorheen. De hemel en de aarde laten zich er steeds opnieuw anders zien.

Zie een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, dat kun je wel zeggen!
Nu hij er niet meer is, ziet de wereld er zo anders uit.
Nu zij er niet meer is, speur je de hemel af “waar ben je toch?”
Die nieuwe aarde verschilt hemelsbreed van het mooie visioen van Johannes: hij ziet een wereld waar tranen weggewist worden. Terwijl nu de tranen juist blijven stromen. Johannes ziet een wereld zonder dood, zonder verdriet terwijl dat nu juist overal is: je kunt zomaar overvallen worden door intens verdriet. Je blijkt ook niet de enige. “Sinds mijn man er niet meer is, leef ik meer achteruit. Vooruit kijken is er bijna niet meer bij”.

Je zou willen dat het zo zou zijn als Johannes het ziet. Nu, maar liever nog, al eerder, vóór het verlies van je dierbare. Zo had het moeten blijven: geen dood, geen rouw, geen pijn, je leven zonder dit verdriet.
Johannes beschrijft wat we hopen voor onze geliefde doden: dat ze ergens zijn waar de dood niet meer is, ergens in die mooie goede wereld zoals beschreven in de eerste lezing:

winden komen je er wiegen, engelen komen je behoeden
en de deur van pijn en angsten gaat voorgoed achter je dicht.

Een wereld die echt het einde is …
Johannes zegt echter nog meer: hij ziet uitzicht door alles heen. Hij spreekt over geborgenheid van het begin tot het einde van een mensenleven. Hij hoort God zeggen: Ik maak alles nieuw! Ik ben de alfa en de omega.

Johannes schrijft het op, om het niet te vergeten. Misschien juist wel voor die tijden dat een mens zich godverlaten voelt. Om niet te vergeten dat God erbij is, van A tot Z: de alfa is immers de eerste letter van het Griekse alfabet, de omega de laatste. In het visioen is God het begin en het einde.
En daartussen?

De grote afwezige, zeggen sommigen. Maar Johannes zegt: degene die midden onder u woont. “Gods woonplaats is onder de mensen”. Tussen de Alfa en de Omega dansen alle andere letters en God danst mee. Zoals tussen geboorte en sterven de levensgebeurtenissen van een mens over elkaar heen buitelen. En God loopt mee.

Toen onze doden nog leefden wandelde de Eeuwige met hen mee. Zij zijn nu bij de Omega. Wij zijn nog onderweg, zo zwaar en verdrietig als we zijn.

Intens verdrietig leef je achteruit. Zie je alleen de afgelegde weg vanaf de Alfa.
Johannes vertelt dat er weer te leven zal zijn, niet alleen maar achteruit, maar zelfs vooruit.
Hij wijst je dan op God als de bron met water dat leven geeft. Je mag je eraan laven, zoals aan het glaasje water of de toegestoken zakdoek.
En ook anderen vertellen dat er ondanks het verdriet leven is: “er ging veel tijd overheen maar toen ging mijn overleden vrouw toch weer meedoen, dan ga ik even glimlachen.”
Is God meegelopen?
Voor ons hier, zeker hen die onlangs hun geliefde verloren, werpt dit visioen zijn schaduw ver vooruit. Leven, niet alleen maar achteruit, maar zelfs vooruit.
Onvoorstelbaar! Onvoorstelbaar?

Ergens tussen het begin en het einde van het pad sta ik stil. Voor me die grote plassen, hoe verder? Dan zie ik opeens dat in die plassen de lucht weerspiegelt wordt. Vooral het kleine stukje blauw! Vol vertrouwen kon ik verder lopen: de hemel, die is erbij als je je er een weg door heen baant! Je geliefde zelf en de Eeuwige zijn erbij, onverwachts, onverhoeds in je nieuwe wereld.
Moge zij je tot steun zijn op jouw levensweg! Wie weet ontdek je opnieuw, ook voor jezelf, een nieuwe hemel, een nieuwe aarde.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )