v-2.jpg
Lezingen: Jesaja 35:1-6a,10; Mattheüs 11:1-11

Waar zit je gevangen? In een dodencel in Amerika, in een heropvoedingskamp in China, in een oude school vol met IS-gevangenen in Irak, in een Tbs-kliniek in Nederland? Hoeveel hoop heb je nog, hoeveel hoop krijg je nog? Of ben je net als Johannes onterecht vastgezet als gewetensgevangene omdat je een visioen predikte? De wereld is vol van gevangenen. Is er nog perspectief voor hen, terecht of onterecht veroordeeld? En wie bepaalt wat recht is?
Of zit je gevangen in je hoofd? Beschouw je je toekomst als uitzichtloos, weet niet hoe hieruit te breken? Of ben je als kind gevangen in het oordeel van de volwassenen: jij bent dat meisje met borderline, die altijd zo moeilijk doet, die zo wispelturig is en mij angst inboezemt. Op de speciale basisschool die ik bezoek lopen heel wat gediagnosticeerde kinderen rond: autisme, oppositionele gedragsstoornis, hechtingsstoornis. Daar loopt dat meisje met ADHD, mateloos beweeglijk en moeilijk in gedrag. Voor altijd gevangen in een diagnose. Het leven is mooi, maar helaas: vaak is ook het een nachtmerrie.

Een nachtmerrie is het, die Jesaja ons voorschotelt vóórdat hij komt te spreken over een bloeiende steppe. Want wat staat er vóór de zojuist gehoorde Jesaja-lezing? Een uitbarsting van geweld en verderf: 'Gesneuvelden blijven onbegraven liggen, de stank van hun lijken stijgt op; de bergen druipen van het bloed. Het land wordt één grote pekoven. Het blijft er branden, dag en nacht, voor eeuwig stijgt de rook er op. Het land ligt verloren, tot in het verste nageslacht, nooit zal iemand het nog betreden.'
Hoeveel nachtmerries komen er over ons? En welke naderen ons? Ik ben lid van Amnesty International, maar heb moeite hun kronieken te lezen. Weg van al die milieu-rampspoed, de moord-en-doodslag-verhalen uit het nieuws, weg van de rokende ruïnes van IS, van de verkrachtingen en martelingen. Natuurlijk kennen we de 'en-toch-verhalen'. Maar ik moet bekennen: als ik in de file naar mijn werk rijd, komt het meermaals voor dat ik van de rampspoed op Radio 1 overschakel naar een Mozart-ouverture op Radio 4.

En als ik dan aankom op een school, is het soms niet veel beter: kinderen die lijden onder de vechtscheiding van hun ouders. Een pesterij van een kind in het dorp die doorgaat in de klas en waar geen einde aan komt. Toch, zo zegt Jesaja: 'Zal de woestijn zich verheugen, de dorre vlakte zal vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien. Het verzengde land wordt een waterplas, de dorstige grond wordt waterrijk gebied; waar eenmaal jakhalzen huisden, maakt dor gras plaats voor riet en biezen.'
Nou, dat is dan mooi. Dan wachten we daar maar op. Vol verwachting klopt ons hart. Sinterklaas is geweest, maar we krijgen nog een prachtig present na. Is die moedeloosheid die ons soms bevangt dan zo eenvoudig te weerspreken?

Hopen op betere tijden en verlangen naar betere tijden is van alle tijden. De Johannes - die Jezus gedoopt heeft - is benieuwd of die Jezus ook de Messias is. Hij laat het vanuit zijn gevangenschap vragen door zijn leerlingen. En wat zegt Jezus? Hij zegt geen ja of nee. Hij verwijst niet naar wat hij predikt, maar naar wat hij doet: blinden zien en lammen lopen, armen krijgen weer perspectief. Jezus citeert de profeet Jesaja, waarvan we zojuist vaststelden dat deze profeet verwachtingsvol bleef uitzien naar een nieuwe toekomst. En die opmerking van Jezus? Wat bedoelt hij met: gelukkig is hij die aan mij geen aanstoot neemt? Nam Johannes dan aanstoot aan hem? Jezus en Johannes, beiden zien verwachtingsvol uit naar het Koninkrijk van God. Maar toch lijkt er een verschil van toon: Johannes is in zijn kameelharen mantel een asceet die zijn volgelingen onderdompelt en oproept tot een nieuw leven. Jezus prijst Johannes en voegt iets toe: hier is het, dat Koninkrijk, we kunnen het nu al laten zien in ons doen en laten.

We kunnen vol verwachting uitkijken naar een nieuwe geboorte. En verwachtingsvol moeten we zijn, we mogen de hoop niet opgeven. Maar we kunnen het ook nu al om ons heen zien. Amnesty publiceert in zijn nieuwsbrief ook de verhalen van vrijgelaten gewetens-gevangenen. Kinderen van gescheiden ouders die elkaar het leven zuur maken, vertonen vaak een opmerkelijke veerkracht. Vol verwachting zijn betekent niet alleen wachten, maar ook: in beweging komen, kleine stappen zetten. Al het leed van de wereld hoeven we daarmee niet op onze schouders te nemen, we zouden het niet eens kunnen. Welke verantwoordelijkheid nemen we wel zelf?

Waar zit je gevangen? In je hoofd vol onmogelijkheden? Dat laat zich moeilijk rijmen met onze voorbereidingen op Kerstmis. In de hal staat een kerstboom, met een intrigerende vraag: welk visioen hebben we met deze kerk in Nijmegen, niet alleen deze Ontmoetingskerk, maar met de hele parochie Heilige Drie Eenheid? Ik mag het niet voorzeggen, maar kan het toch niet laten: ik heb een visioen van een gastvrije en inclusieve kerk. Waar gevierd mag worden op verschillende wijzen. Waar de traditie verbonden wordt met een eigentijds verhaal. Waar we niet gevangen zitten.
Met Jesaja, Johannes en Jezus verlangen we naar betere tijden; we doen niet de deuren en ramen dicht. We zingen: 'Onbereikbaar ver, rakelings nabij, blijf ik je zoeken, maak ik je vrij'. En: 'Hoe ver is de nacht wachter, hoe ver is de nacht? De morgen komt, zegt de wachter'.
Op de speciale basisschool die ik bezoek lopen heel wat gediagnosticeerde kinderen rond: ADHD, oppositionele gedragsstoornis, hechtingsstoornis, autisme. Ik zit in een klas waar de kinderen een nieuwe letter leren, de letter ij. Er worden woordjes gemaakt en letters geoefend. Achterin de klas zit naast een jongetje, een zeer beweeglijk meisje, ze lijkt haar stoel en tafel meer te gebruiken als turntoestel dan als meubilair en ze is voortdurend afgeleid. Ze roept ook steeds door de klas. Dan vraagt de juf of ze misschien een ander en rustig plekje wil hebben en dat wil ze wel. Samen met de juf zoekt ze een rustige plaats, waar ze toch weer verder kan werken. Het meisje is niet gevangen in haar diagnose, ze is wie ze is. De juf gelooft in haar en zowel het meisje als de juf glunderen als het werk toch maar mooi af is en ze weer een nieuwe letter heeft geleerd. De ij. De ij van ijs. En van blij. Niet de ij van lijdzaam, maar de ij van vrijheid. En van: jij mag er zijn.

.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )