v-1.jpg
Lezingen: Jesaja 61:10; 62:3; Lucas:25-40

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus

In de Kerstnachtdienst en op Eerste Kerstdag stonden we in het hart van het geboorteverhaal. Vandaag zijn we wat opgeschoven en staan we in een wijdere schil om de kern van het geboorteverhaal heen.
Rond de kern van het verhaal over die jonge moeder en vader en het kind, staan bij Lucas vier oude mensen; Simeon en Hanna en we noemen we ook Zacharias en Elisabeth. We gaan er voor het gemak maar even van uit dat ook Simeon een oude man was, hoewel Lucas daar niets over zegt.
In de schil om de kern van het Kerstevangelie staan dus vier oude mensen en wij vandaag ook.
Waar staan wij in die schil?

Zacharias, zou je kunnen zeggen, stond voor de godsdienst die trouw de rituelen volhield. Hij zorgde ervoor dat de dingen doorgingen zoals ze altijd al gingen. Op het moment dat er echt iets ging gebeuren, toen de engel een nieuw begin kwam aankondigen, had Zacharias geen woorden meer. Hij was met stomheid geslagen. Stilte…

Elisabeth, zijn vrouw; ook zij was min of meer symbool geworden van leven met weinig dynamiek. Zij was onvruchtbaar. Beiden waren al op leeftijd, letterlijk in de buitenste schil van de geschiedenis terecht gekomen.

Aan de andere kant van het geboorteverhaal vinden we Simeon.
Hij was altijd in de buurt van de tempel; een vrome, rechtvaardige man met een zeker charisma – over hem deed het verhaal de ronde dat hij de Messias, de verlosser van Israël zou zien voordat hij stierf – maar ja, veel beweging had Simeon nog niet op gang kunnen brengen.

Dan is daar nog Hanna, al 84 jaar oud, of al 84 jaar weduwe na een huwelijk van 7 jaar – geen vermelding van kinderen –. Zij is vooral in de tempel te vinden, om te bidden en te vasten.

En alle vier gaan ze zingen!
Zacharias zingt een loflied, Elisabeth zingt het eerste ‘Weesgegroetje’ uit de geschiedenis als Maria bij haar aanklopt, Simeon zingt bekende teksten uit de heilsprofetieën van Jesaja en Hanna brengt hulde aan God en raakt niet uitgepraat over het kind dat ze gezien heeft en in verband brengt met de bevrijding van Jeruzalem.
De stilte rond deze tot dan toe vrij onzichtbare mensen wordt doorbroken. Sterker nog; die tot dan toe ‘onzichtbare’ mensen doorbreken zélf de stilte, want:

Hij die het gevoel had dat zijn woorden geen kracht meer hadden, of dat hij in ieder geval anderen, generatiegenoten of de volgende generatie, niet meer met zijn geloof kon bereiken, kwam weer tot zingen.

En zij die dacht dat ze geen rol te spelen had bij de komst van de volgende generatie, kreeg alsnog de volgende generatie te dragen.

Hij die het had volgehouden om te blijven geloven, Bijbel te lezen en ernaar te leven, maar ook niet wist wanneer hij er nu eens het bewijs van zou zien, ervaart met een kind in zijn armen de vervulling van zijn verlangen. Het verlost hem van zijn bange pijn, hij wordt een bevrijd mens, hij kan vrij gaan, dóór het leven of uit het leven; hij weet dat hij niet tevergeefs gehoopt en geloofd heeft.

En zij die al een mensenleven lang in de marge had geleefd, voert het woord op het tempelplein. Ze zingt, ze straalt!
Kunnen wij onze plek in de schil rond het geboorteverhaal ontdekken?

Is onze plek ergens in de buurt van Zacharias, die man die wel de klassieke woorden kent, maar het zo moeilijk vindt om de betekenis daarvan voor het leven vandaag de dag onder woorden te brengen?
Wel Kerstfeest gevierd – en blij dat het allemaal goed gegaan is – maar het gesprek over wat je er nou in raakt is toch nog weer niet echt van de grond gekomen…

(Of) Staan we dichter bij Elisabeth; met overtuiging klaarstaan voor de volgende generatie, maar hoe geef je iets mee van de kracht van de Bijbelse boodschap? Zit dat in hoe je leeft, of dat er bij jou in huis, aan tafel, gebeden wordt, of ligt de kinderbijbel voor het grijpen; ben je al blij als je een boekje gevonden hebt dat op aansprekende wijze iets van het geloof voor je (klein-)kinderen in woorden en beelden uitdrukt?

Misschien is onze plek dichter bij Simeon; met de oprechte overtuiging dat dat verhaal van God en Jezus nog steeds inspireren kan, dat het de moeite waard is om je in te zetten voor de kerk, voor de organisatie, het instituut, het faciliteren van de activiteiten omdat die boodschap van liefde en recht, van rechtvaardigheid en vrede moet blijven klinken. Maar dat het soms wel hard bikkelen is, dat je engelengeduld moet hebben en een olifantshuid en een héél groot hart en de wijsheid om op tijd een oog of een oor dicht te hebben en een wacht voor je lippen…

Of is onze plaats dichter bij Hanna? Trouw; je dingen doen vanuit je eigen geloofsbeleving en spiritualiteit en onbevangen proberen te zijn in je woorden en je houding, omdat je uit ervaring weet dat er altijd wel weer ergens een opening is? Dat er altijd wel iemand is die een goed woord waardeert en er ook altijd respect is voor mensen die de moed en de hoop niet opgeven.

2019 is bijna voorbij. Hebben wíj ons dit jaar nog bewogen in de schil om de kern van het evangelie heen? Zijn we opgeschoven, is er gezongen, iets nieuws begroet, vervulling ervaren? En hoe gaan we dat het komende jaar doen?

Daarover in gesprek bij de voorbereiding van deze viering kwam een lezing uit zo’n lijstje van ‘beste toespraken van een jaar’ aan de orde. In die lezing werd gesproken over stilte. Het ging over het belang van de stilte bij het maken van muziek, het ging ook over ‘gevaarlijke stilte’. Over het zwijgen daar waar juist gesproken moet worden, waar tégengesproken moet worden.
Tegen het nepnieuws, tegen de bangmakerij, tegen taal die uitsluit, mensen beschadigt, valse beelden schept met halve waarheden en menselijke, sociale en juridische waarden ondergraaft.
Waar gesproken moet worden tegen het geschreeuw, het gescandeerde roepen dat mensen opzweept. Tegen het sluipend gevaar dat op een gegeven moment niemand meer zijn mond opendoet.

Simeon citeerde teksten van Jesaja, met een geweldige lading. Over het ‘niet zwijgen omwille van Jeruzalem’, over het spreken, het juichen om de bevrijding en de gerechtigheid.
Zulke (klassieke) teksten over bevrijding en gerechtigheid zouden wij eigenlijk paraat moeten hebben. Voor het geval dat… wij moeten spreken en niet stil mogen blijven. Daarom lezen we uit de Bijbel.

In de voorbereiding van deze viering verder bezig met de kern van het kerstevangelie, kwamen ook de diensten in de Bethelkapel, in Den Haag, waar het kerkasiel werd gehouden voorbij.
Dat kerkasiel was niet eenvoudig, er waren toen heel veel vragen en het ging over hoe de verhouding is tussen barmhartigheid en recht, over wat kerk zijn is en nog over zoveel meer ... Maar er is ook wereldwijd aandacht geweest voor wat daar in die kerk gebeurde. Mensen vroegen naar wat de kerk daar deed. En in een interview werd gezegd:
‘We doen wat we altijd doen’, bidden, Bijbellezen en zingen.
Dat gebeurt al eeuwen en altijd weer, in de schil om het kerstverhaal heen.

Zelf hebben wij ook gezongen bij de twee gemeente-avonden in november. We hebben toen gedeeld waar we, denkend aan kerk-zijn, blij van worden, wat voor ons kerkzijn betekent, waar we warm voor lopen, waar we van dromen. We proefden saamhorigheid, vertrouwen, verbondenheid.

Alle vier de oude mensen in de schil om het kerstevangelie zingen!
Zacharias, Elisabeth, Simeon, Hanna; we weten niet wat er van hen geworden is in de geschiedenis, hun namen zijn geen grote namen geworden in de geschiedenisboeken.
Maar ze zongen wel. In de schil om Christus heen.
Het maakt ook niet zoveel uit waar u of ik staan in die schil.
Als het maar van zingen komt, want aan héél het volk, aan het volk van God zelf, Israël èn aan de wereld, is het heil verkondigd in de komst van dit kind; alle reden om te zingen!
Hij is het lichtend voorbeeld van anders leven en samenleven.
Van spreken en niet zwijgen, van opkomen voor de naaste, van verbinding zoeken en vertrouwen hebben.

Kerstmis is niet anders dan het begin van wat nu vervolgens doorgaat en herkend gaat worden, allereerst in Jeruzalem door die enkelingen die het zagen. Zien wij met hen, met Hanna en Simeon mee en laten we ons zo betrekken bij Gods Rijk?

Het voor ons gevoel eindeloze geduld dat van ons vertrouwen en ons geloof gevraagd wordt, kan alleen worden volgehouden door een stug blijven bij de woorden die de eeuwen door gezegd zijn: ‘God is genadig en barmhartig, lankmoedig, groot van goedertierenheid.’ Ook in het nieuwe jaar.

Wij wensen u veel heil en zegen in dat nieuwe jaar.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )