v-1.jpg
Lezingen: Mal 3:1-4; Luc 2:22-40

De evangelist Lucas heeft het begin van zijn evangelie kunstzinnig gecomponeerd. Hij schets als het ware een drieluik, een triptiek, zoals je ze in oude kerken wel achter een altaar ziet. Ziet U het voor U: een groot schilderij met drie panelen die ook gesloten kunnen worden. In het grote middenstuk zien we Maria, Jozef en kindje Jezus. In het linkerpaneel een oude man en een vrouw, Elisabeth en Zacharias die uitzien naar de komst van hun kind en ook in het rechterpaneel zien we een oude man en vrouw. Simeon en Hanna die dankbaar terugkijken op de komst van het kind. 3 panelen, 3 verschillende taferelen.
Als dat drieluik nu een modern YouTube filmpje was, zouden we prachtige muziek onder die beelden horen. Maria zingt haar Magnificat, Zacharias het Benedictus, engelen zingen het Gloria en de herders stemmen daarbij in.
We zoomen vanavond in op het rechter paneel. In dat tafereel zingt Simeon zijn loflied. Volgens Joods gebruik gaan Maria en Josef met hun kind 40 dagen na de geboorte naar de tempel.
Eerst offeren ze een paar duiven en dragen vervolgens hun kind aan God op. Daarna leggen ze hun kindje in de armen van de oude Simeon. Als Simeon het kind in zijn armen heeft, weet hij: dit is het teken waarop ik gewacht heb, het kind waarop de wereld wacht. Dit is de Messias naar wie wordt uitgezien.
De dichter Gabriel Smit heeft prachtig verwoord wat er dan gebeurt. Ik neem U mee in zijn meditatie ...

De opdracht in de tempel

Veertig dagen, een zuigeling nog,
voorzichtig de tempel binnen gedragen in de lichte armen van zijn moeder.
Zijn oogjes zien de hoge, wijkende gewelven nog niet,
ze voelen de leegte wel,
maar weten alleen de ogen van zijn moeder,
leven van licht nabij,
liefde die liefde vindt
en het kleinste begin van onrust overwint,
over en weer,
een ruimte van onzegbare vrede en vrijheid,
een beschermde haven van geluk.

Ik denk dat dit het was dat de oude Simeon heeft herkend,
hij zag plotseling de geboorte van zijn dromen,
wist eindelijk voor allen licht geboren,
hoop, een nieuwe wereld,
toekomst die nooit ergens anders zo begon.

Ik ben geen Simeon,
tel zoveel jaren evenmin,
maar ik weet wel waarom hij dit zo zag.
Soms komt mijn dochter met ons allerliefste kleinkind, het jongste, onze kamer binnen:
de ronde oogjes zijn open,
tot in het diepst verwonderd,
blij,
toch eerst nog wat vreemd,
maar haar moeder laat ze even rustig háár ogen zoeken
en dan wordt alles anders.
Er bloeit een nieuwe ruimte open,
liefde zelf groet alle dingen in de kamer,
de narcissen op de tafel rekken zich en
voorzichtig openen ze hun kelken,
het raam geeft meer dan winterlicht,
Over alles zweeft de zekerheid van een waarachtig beginnen.

Ik denk: dit begon Simeon te zingen,
dit is het heil voor alle volken,
dit weten dat er altijd,
tegen alles is,
toch liefde in liefde kan zijn,
voor alle mensen die waarachtig leven in elkander.
Glorie, voor ieder die dit heil aanschouwt in kinderogen,
in uw kinderogen behoudt.

En ook de oude Hanna komt nog,
grootmoeder,
ook haar ogen komen het kind behoeden,
maar ze kan het niet voor zich houden:
hoe echt het levenslicht zich blijft ontvouwen,
een oogwenk in een ogenblik,
hoe klaar, onweersprekelijk en onweerhoudbaar,
en ze gaat het alle mensen in de buurt vertellen:
dit is de dag, dit is het uur,
dit is de bevrijding die komen zal,
groeien van kind tot man, overal, overal.

Gabriel Smit (1919-1981)

Simeons bezoek aan de tempel, zijn woorden en zijn weten, en de woorden van Hanna sluiten de Kersttijd af. Maar het drieluik gaat niet dicht. De muziek gaat niet uit. Nu is het onze beurt om aan te sluiten met onze eigen lofzang. En te blijven zingen: Liefste der mensen eerst geboren, licht laatste woord van hem die leeft. Met het licht van kerstmis en het vertrouwen van Simeon in ons hart mogen wij in vrede verder gaan, de passietijd, de lijdenstijd tegemoet. En de Paastijd.
Moge dat zo zijn.
Laten wij nu staande ons loflied zingen. Licht dat ons aanstoot.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )