v-7.jpg
Lezingen: Genesis 32:23-32; Lucas 13: 6-9

Wat een gekke omstandigheden waarin we terecht zijn gekomen. Als beeld daarvan zitten we hier in een totaal lege kerk en zenden we een korte dienst uit die u misschien in uw huiskamer of elders ontvangt. Totaal vreemde omstandigheden. In onze familiaire kring is deze week een kleinkind geboren. Alles goed gelukkig, maar hoe lang zal het duren voordat ik dat nieuwe mensje in mijn armen mag nemen. Hoe is het mogelijk dat ik mijn dochter niet de warme omhelzing kan geven, die bij dit wonder vanzelfsprekend zou zijn. Maar dat is klein leed dat in het niet valt bij de overvolle intensive care afdelingen in de ziekenhuizen, de angstig stille werkplaatsen in de bedrijven, de ouderen zonder bezoek in de verpleeghuizen. Corona heeft ons leven totaal ontwricht en we zijn nog zoekende hoe we aan deze nieuwe omstandigheden vorm moeten geven.

Deze dienst staat zoals ik al zei ook in het kader van mijn afscheid als diaconaal predikant. 35 jaar geleden begon ik mijn predikantschap met een kerkdienst die ik hield mediterend over het ook vandaag gelezen Bijbelgedeelte uit Genesis 32. De worsteling van Jakob bij de grensrivier van het beloofde land, op zijn terugtocht naar zijn broeder Ezau. Nu wilde ik dit Bijbelgedeelte nog weer herlezen, omdat ik het exemplarisch vind voor het diaconale werk dat ik de afgelopen bijna 30 jaar hier in Nijmegen gestalte heb mogen geven. Ik heb, zoals u van mij gewend bent, hiervan ook een glas-in-lood bewerking met een gedicht gemaakt, dat ik u straks ook zal voorlezen.

Maar eerst de evangelielezing. De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom. De landheer komt elk jaar kijken of er vrucht in de boom is, hij neemt tenslotte kostbare grond in beslag in de wijngaard. Het moet ook wel wat opleveren anders kan hij beter omgezaagd. Weer geen vrucht. Tegen de wijngaardenier zegt hij: mijn geduld is op, als de boom geen vrucht draagt, dan heeft hij geen nut. Maar de wijngaardenier, een evenbeeld van Jezus, lijkt mij, staat voor de boom in. Heer, laat ik eerst de boom nog tot het uiterste aansporen om toch wel vrucht te dragen. De grond omspitten, mest erbij. Als hij dan volgend jaar nog geen vrucht draagt, dan mag u ‘m van mij omzagen. Een beeld van en voor ons. Ik heb er u de afgelopen jaren voortdurend toe aangespoord: Vrucht dragen is onze opdracht. Onze dienst in de wereld is nu begonnen. God vraagt van ons om waar te maken dat we kinderen van hem zijn, dat we zijn weg van recht en gerechtigheid in ons leven willen gaan, dat we compassie en barmhartigheid betonen aan van onze medemensen, juist ook die allerarmsten, de minste van zijn broeders en zusters. Als we die in beeld hebben, hebben we Jezus in beeld. Maar die medemens ontmoeten, onder ogen kunnen komen is lang niet altijd makkelijk. Een worsteling kan het zijn om de goede gezindheid in ons te bewerken, te ontvangen.

Zo staat Jakob op de grens van zijn bestaan. Hij gaat de grensrivier oversteken, om zijn broeder te ontmoeten. Zijn broeder die hij bedrogen had om de zegen van zijn vader af te dwingen en zo zijn broer het eerstgeboorterecht te ontfutselen. Zoals wij in de westerse wereld, zou je kunnen zeggen, het eerstgeboorterecht van het leven ontfutseld hebben aan de velen die het veel minder hebben dan wij, de miljoenen vluchtelingen en armen van deze wereld. En dan staat er: Het is nacht.

Het is nacht als je je broeder nog niet onder ogen durft te komen, in de ogen durft te zien. Het is nacht voor Jakob en hij is helemaal alleen, op zichzelf teruggeworpen. Voor velen nu in deze corona-tijd een herkenbaar gevoel, alleen te zijn, met je eigen gedachten, je eigen worsteling met hoe het nu verder moet gaan. Want dat is wat er met Jakob gebeurt: hij verzeilt in een worsteling met… Ja met wie, met wat…., is het God, is het een engel Gods, is het God in de gedaante van zijn eigen geweten, gevecht met zichzelf. Het staat er niet en ook Jakobs pogingen om die ander toch zijn naam te laten noemen, na de worsteling, heeft geen resultaat. Maar er gebeurt wel heel veel met Jakob. Hij komt uit die worsteling als een ander mens. Hij krijgt een andere naam, Jakob, dat bedrieger betekent, wordt Israël, dat zoiets betekent als ‘strijder met God’. Een nieuwe naam, alsof Jakob daar gedoopt wordt in die grensrivier van het beloofde land. God strijdt met Jakob omdat hij zijn broeder moet gaan ontmoeten. Dat is wat God van hem vraagt om zich om te vormen tot een nieuwe verhouding met zijn broeder. Geen slinkse wegen meer, geen verborgen gedoe, je niet meer verschuilen achter al je bezittingen en welvaart, maar een open ontmoeting van mens tot mens. Dat is wat God van hem vraagt. En Jakob heeft door, dat hij dat niet zomaar kan, dat hij dat alleen kan als hij zich een gezegend mens weet. “Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent”. En gezegend wordt Jakob. Nu niet een zegen die hij op slinkse wijze zichzelf heeft toegeëigend, maar een zegen die hem van Gods wege geschonken wordt. Met zijn nieuwe naam is hij klaar voor de nieuwe ontmoeting met zijn broeder. Als hij aan de overkant van de rivier komt, komt de zon op, staat er. De nacht is geweken.

En als hij dan op weg gaat naar zijn broeder, loopt hij mank. De worsteling is ‘m in zijn lijf gaan zitten. Met elke stap die hij doet, wordt hij herinnert aan zijn worsteling en dat dát zijn opdracht is, open op weg naar de medemens, alles opruimen wat die ontmoeting in de weg kan staan en op weg gaan, hoe moeizaam soms ook, naar de werkelijke ontmoeting met de ander.

Dit heb ik steeds als beeld van de diaconale opdracht gezien, die we als gemeente hebben en waarin ik u heb mogen voorgaan. Een worsteling, waardoor je mank gaat. Mank, maar wel op weg naar die ander, die arme, die uitgeprocedeerde vluchteling, die ander van een andere religie, nu misschien die mens die vreselijk in de knel zit vanwege deze nieuwe crisis, vele verschillende broeders en zusters. Als je op weg gaat voor de open ontmoeting met hen, dan ga je misschien mank, maar ben je wel een gezegend mens.

We zitten volop in de Coronacrisis. Voor wie in het oog van de orkaan verkeren, in ziekenhuizen, verpleeghuizen, patiënten en verplegend personeel, voor wie economisch getroffen is, voor wie angstig zijn en voor wie zwaarwegende beslissingen moeten nemen is het diepe nacht. De worsteling is evident. Is het God…? , ik zou het niet willen zeggen. Het geeft z’n naam niet prijs. We kunnen wel afdwingen dat we er gezegend uit tevoorschijn zullen komen, uit deze worsteling. Gezegend maar mank. Mank aan de al te vanzelfsprekende overdaad en welvaart, waar we in deze westerse maatschappij vanuit gingen. Mank gaan aan het hamsteren wat we deden van zelfgenoegzaamheid, genot en egoïsme.

Wat zou het mooi zijn als we uit deze crisis straks, na de worsteling, kunnen halen dat we iets minder zelfgenoegzaam zijn, dat we weer meer op elkaar gaan letten. Weer meer ruimte gaan geven aan de natuur, weer meer respect kunnen opbrengen voor medemens en mededier. Als dat het resultaat zou kunnen zijn, dan komt er toch nog zegen uit voort.

worsteling

Bij het glas-in-lood raam dat ik bij de worsteling van Jakob heb gemaakt, hoort ook een gedicht, waarin de gedachten worden samengevat. Het luidt:

Gezegend bén je ... met zo’n manke poot.
Elke stap die je zet een aarzeling.

Je broeder tegemoet treden
na alles wat er gebeurd is.
Durf je het nog wel aan, je broeder in de ogen te zien

Misschien is het wel passend
dat je mank gaat.

Aan je medemens ontmoeten
gaat een hele worsteling vooraf.
Het is niet niks, met alles wat in je is,
die Ander te ontmoeten.

Wil je de Ander echt tegemoet kunnen treden
moet je jezelf op het spel durven zetten.

Echt de ander ontmoeten
daar gaat een worsteling aan vooraf.
Een worsteling die je zegent.

De worsteling om jezelf te zijn, je ware naam te ontdekken.
Je kan je niet beter voordoen dan je bent.
Met een social-media-identiteit zal je nooit iemand echt ontmoeten.

Wil je ontmoeten, dan moet je echt mank gaan aan het leven,
elke stap die je zet een aarzeling.

Pas dan ben je gezegend en zal je tot zegen zijn.

Ds. Paul Oosterhoff

 

 

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )