v-7.jpg
Lezingen: Wijsheid 12:13,16-19; Mattheüs 13:24-32

Het is volop zomer. Tijd om te oogsten. De oogst van de akkers met graan, de struiken met bramen, rode bessen en frambozen of de velden vol aardbeien en zonnebloemen.
Zomer vooral ook tijd om van de oogst te genieten. Want na hard werken is het goed rusten … toch???

Toch is een goede oogst niet vanzelfsprekend. In het evangelie lijkt hij behoorlijk tegen te gaan vallen. De knechten spreken hun zorgen erover uit.
Hoe is dit mogelijk? Hun meester heeft toch goed zaad uitgestrooid? Waar komt ineens dat onkruid vandaan?
Ze willen het zo snel mogelijk uittrekken om nog iets van de oogst te redden. Maar Jezus houdt ze tegen, laat het maar samen opgroeien, straks als alles rijp is kun je het onkruid en de tarwe beter onderscheiden.

Om dat te begrijpen moeten we ons beeld van golvende graanvelden met daartussen blauwe korenbloemen en rode papavers loslaten.
In Jezus land hadden veel akkers een rotsachtige bodem. Als daar graan was ingezaaid, bleek er tussen de armetierige tarwe een soort wilde tarwe te groeien, die je pas goed onderscheiden kon als het graan al flink gegroeid was.
Met dit lesje aanschouwelijk onderwijs zegt Jezus tegelijk: kruid en onkruid, goed en kwaad bestaan naast en door elkaar. Vaak zijn ze zo met elkaar vermengd dat je ze nauwelijks kan onderscheiden.
Jezus doelt daarbij ook op die andere akker. De wereld, zijn Schepping, waar Hij het Woord heeft gezaaid.
Helaas groeit ook daar volop onkruid. Waarom?? dat vertelt Jezus niet, maar Hij is nuchter genoeg om het onder ogen te zien.
Wie goed luistert en kijkt ervaart dat iedere dag: naast mensen die elkaar steunen in aandacht en medemenselijkheid zijn er brandhaarden vol oorlog en haat; komen er steeds meer vluchtelingenkampen waar nauwelijks te leven valt.
Naast mensen die manieren vinden om in vrede met elkaar te leven gaan elders nog zoveel anderen gebukt onder armoede of machtsmisbruik.
Valt dit coronavirus in de categorie kwaad dat ons overkomt? Wie of wat heeft daar schuld aan, is er een zondebok aan te wijzen? Of past het meer in dat leerproces van kwaad en goed.
Als je om je heen kijkt ontdek je dat er op alle fronten waardevolle initiatieven zijn ontstaan. Kruid en onkruid, ze lopen samen op.

De akker van Gods Rijk levert dus niet vanzelfsprekend een goede oogst. Ze wordt voortdurend door onkruid en kwade machten ondermijnt. Een gegeven waar je mee moet leren leven.
Jezus ondervindt dat als geen ander maar blijft bij zijn standpunt: geduld hebben is de beste manier om met kwaad, onkruid om te gaan. Met uitroeien trek je ook het goede eruit. Dat krijgt dan geen kans om tot wasdom te komen.
‘Gooi het kind niet met het badwater weg’, blijft Hij herhalen. Nee leer gaandeweg kruid en onkruid te onderscheiden. Zo hoopt Hij eens te genieten van een goede oogst.
Kunnen wij zoveel geduld opbrengen?

Er zit nog een laag in deze parabel … ze is niet alleen de weerspiegeling van onze gebroken wereld maar tegelijk van ons persoonlijk leven. Ook dat is niet altijd succesvol en verlangt ernaar om ‘heel’ te worden.
Ieder van ons heeft in zijn leven te maken met goed en kwaad. Niet alleen in wat we daarvan ondervinden maar ook in wat we zelf veroorzaken. Want wie van ons is in staat altijd het goede te spreken of te doen? Wie kiest soms niet eerder voor ‘t eigen hachje dan voor ‘t gezamenlijk belang?

Hebben wij altijd de moed om Jezus voorbeeld te volgen. Te leven vanuit mildheid en barmhartigheid, ja soms geduldig af te wachten.
Hoeven we ons dan niet druk te maken over het kwaad ons overkomt? Moeten we alles over onze kant laten gaan? Nee, zeker niet.
Een passende straf voor iemand die een misdaad heeft begaan kan terecht zijn. Dat is iets anders dan iemand voorgoed afschrijven of grof weg verbannen uit de samenleving. Dat oordeel ligt bij God.

Het boek Wijsheid biedt een hoopvol perspectief als het over de macht van Gods oordeel spreekt. Geen macht in de zin van de baas spelen maar in de zin van rechtvaardig oordelen. In dat oordeel toont de Eeuwige een ‘Goddelijk geduld’.
Vanuit dat perspectief kijkt Hij naar ons.
Geduld om steeds opnieuw tekorten, kwaad te vergeven.
Geduld om ieder nieuwe groeikansen te geven, om het goede dat in elke mens huist, al is het nog zo klein, aan te wakkeren met zijn Geestkracht.
Uit dat kleine zaadje kan een geweldige boom opschieten,
Met zijn lange adem ontfermt de Eeuwige zich over iedereen met mildheid en mededogen.

Het is belangrijk ons te realiseren dat, wat bij planten niet kan, bij mensen wel mogelijk is. Wij kunnen tot inkeer komen, van koers wijzigen.
Ook wij zijn eens als een graankorrel uitgestrooid op de akker van deze wereld. We weten maar al te goed dat het onkruid niet alleen óm ons heen woekert, maar dat het ook in óns zelf aanwezig is en soms welig kan tieren.
Daarom kunnen we er niet van uitgaan dat er twee soorten mensen bestaan, goeden en kwaden of engelen en demonen.
Er is maar één soort mensenkind, met goede en kwade, met lichte en duistere, met harde en zachte kanten.
Is het niet hoopvol dat God, aan ieder mens, met zijn eigen onkruid, een leven lang ruimte en groeikansen geeft voor een volwaardig, vruchtbaar menselijk bestaan. En dat we daarbij steken mogen laten vallen?
Hij gunt een ieder tijd genoeg om ons onkruid in deugdelijk graan te veranderen. Als je dat ervaart voel je hopelijk dat je er mag zijn, trots en fier, ja VOLLEDIG! Moge dat ons allen helpen om zo ook elkaar tegemoet te treden, dan brengt de Schepping een rijke oogst voort.

Het rijk van God wil immers zijn gezaaid in mensen, groot en klein; zodat de aarde steeds meer voor iedereen een huis van vrede zijn.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )