v-7.jpg

Zomerprogramma

basisfoto zomerprogramma 2021 200De weg van groei en bloei

Lezingen: Ezechiël 34:11-12,15-17; Mattheüs 25:31-46
Christus Koning

In de zeventiger jaren was ik enige tijd dirigent van een jongerenkoor. Een jaar of zeventien was ik en mijn belangrijkste taak was aan de drummer en gitarist een teken geven dat ze konden beginnen en vervolgens eenzelfde teken aan mijn leeftijdgenoten om in te zetten. Vaak gaf ik dat teken net te laat of te vroeg, dus mijn dirigentschap was geen lang leven beschoren. Eigenlijk stond ik daar meer voor de bühne, als een soort ornament, dan als een functioneel dirigent. Maar het klonk wel lekker in die kerk. En als het lied eenmaal klonk, kon ik ook nog wel enthousiast meezwaaien.. Ik denk terug aan de kerk waar ik toen actief was: een bijzondere kerk – zoals eigenlijk alle kerken bijzonder zijn op hun eigen manier – hij stond op de hoek van de Van ’t Sandstraat en de Dommer van Poldersveldtweg in Nijmegen Oost: de Christus Koning kerk. Gebouwd in 1930 en gesloopt in 1993; lang heeft hij er dus niet gestaan. Maar de toren staat er nog steeds. En de naam? Hoe staat het met die naam, Christus Koning? Klinkt die naam nog in de winkels die nu op de plaats van het middenschip zijn gebouwd? Wie is daar nog koning?

We vieren vandaag de afsluiting van het kerkelijk jaar. Volgende week begint de Advent en kijken we reikhalzend uit naar Kerst. Bijna had ik toen ik deze overweging maakte rijkhalzend geschreven, met een lange ij. Wel een mooi woord eigenlijk, rijkhalzend. Kijken we niet steeds opnieuw verlangend uit naar het Rijk van God? We bidden immers in het Onze Vader: Zijn Rijk kome ... Hoopvol zijn en blijven we. In de eerste lezing komt Ezechiël aan het woord; een profeet die ten tijde van de Babylonische ballingschap het volk toesprak. Een crisissituatie. Heel anders dan de huidige crisis, maar misschien kunnen we er ons iets bij voorstellen. Mensen die zich vertwijfeld afvragen hoe lang het nog gaat duren; die, als schapen verstrooid in de bergen, alleen thuis zitten en hunkeren naar gezelschap en een bemoedigend woord. Al is het maar online. God is als een herder die omziet naar zijn schapen zegt Ezechiël, die ze zal verzorgen en laten rusten en die op zoek gaat naar het verdwaalde schaap. En bovendien: God is altijd online. En zijn Zoon ook.

De evangelielezing uit Mattheüs vertelt het bekende verhaal over de werken van barmhartigheid. Dat gebeurt binnen het apocalyptische kader van het laatste oordeel. Jezus zit op zijn troon van glorie en alle volkeren worden voor hem gebracht. Christus is de koning, de heerser van het heelal. Een prachtig beeld, of een beangstigend beeld? We kennen de middeleeuwse afbeeldingen die de mensen vrees aanjaagden en daar hebben we niet zoveel meer mee: de scheiding van de bokken en de schapen. Het laatste oordeel is geen doemscenario voor wat er gebeurt als we de drempel van leven naar dood overschrijden. De straf waarin dit evangelie over wordt gesproken is het gevolg van de weigering om voor het leven en de barmhartigheid te kiezen. Wie dood zaait zal dood oogsten. Wie leven zaait zal leven oogsten. Christus Koning geeft ons een teken dat we altijd een keus hebben in ons leven. Een keus om barmhartig te zijn, om iets van onszelf te geven. Barmhartigheid is altijd werk in uitvoering. Wat je voor de geringsten van mijn broeders hebt gedaan telt. Dus ook voor de tollenaars (die ons onrechtvaardige boetes opleggen), ook voor de daklozen (die onze weg versperren voor de supermarkt), de hoeren (waar we onze zede predikende neus voor ophalen) en zelfs voor de misdadigers. Zíj horen dus niet tot de bokken, het zijn degenen die minachtend op hen neer kijken. Barmhartigheid is altijd werk in uitvoering.
Het koningschap van Jezus dienen we niet met macht, maar met dienstbaarheid te verbinden. De koninklijke weg van de liefde vraagt om de hongerigen te eten te geven, de zieken en gevangenen te bezoeken, de naakten te kleden en de dorstigen hun dorst te lessen. Jezus is een koning van de verdrukten. Een koninklijke herder. We herinneren ons zijn intocht met Palmpasen. Hij werd niet met trompetgeschal onthaald en door dienaren gedragen in een draagstoel, maar was gezeten op een ezelsveulen en werd toegewuifd met palmbladeren.

De Christus Koningkerk is in 1993 gesloopt. Maar de toren bleef staan. De toren was echter beschadigd, want na stormschade moest de spits worden verwijderd. Zoals ons geloof is beschadigd, steeds minder waardevol gevonden lijkt. Wat deed die eenzame, toegetakelde toren daar nog? De rest van de kerk was toch weg? Kan dat kleine beetje kerk dan niet ook maar beter verdwijnen?
De kroon op de toren was incompleet. Toch hechten wij blijkbaar in deze geseculariseerde wereld aan een kerktoren die áf is ... En zo gebeurde het dat na een inzamelingsactie in 2005 de spits werd herplaatst. De nu weer herstelde toren is verbonden met het nieuwbouw-complex en de winkels daaronder. Als ik door de van ’t Sandstraat fiets moet ik terugdenken aan mijn dirigentschap in die kerk. Ritmisch en muzikaal gezien was ik in die zeventiger jaren een dirigent van niets, maar ik mocht mijn steentje bijdragen. Ik steunde niet zozeer het koor, het koor steunde mij. Wellicht is in de winkel onder de kerktoren de klant koning, maar als ik naar boven naar de torenspits kijk, word ik herinnerd aan Christus Koning en aan de kroon op het werk van Jezus: een baken in tijd en ruimte, een teken van bemoediging en liefde. Een spits die naar de hemel wijst, maar wiens fundamenten midden in de wereld liggen. Rijkhalzend. Hier en nu moge het Koninkrijk kome.

.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )