v-7.jpg
Lezingen: Een woning voor God

Kunt u zich ook ineens heel dankbaar voelen? Dankbaar om wat je hebt kunnen doen in je leven, of gewoon om die dag….dankbaar dat je een dak boven je hoofd hebt en voldoende te eten….

Dankbaar om een goed gesprek, om de kring van mensen om je heen. Mensen die je dierbaar zijn, waar je een speciale band mee hebt. Of dankbaar om de plek waar je mag wonen, om de vrede en de harmonie… Soms kan zo’n gevoel mij ineens overvallen…..

Dat overkomt ook David. Ik zie voor me hoe hij zit in zijn paleis en beseft hoe bevoor-recht hij is. Als koning van Israël heeft hij Jeruzalem veroverd en tot hoofdstad gemaakt. De ark van het verbond een vaste plek gegeven. En, zo beseft hij, al die tijd heeft de Eeuwige voor hem gezorgd bij voor- en tegenspoed. Dan staat de ark in die simpele tent wel in schril contrast met zijn eigen paleis. David bedenkt dat hij voor de Eeuwige een tempel gaat bouwen. Een passend onder-komen voor God. Hij roept Nathan de profeet. ‘Ik ga een huis bouwen voor de Eeuwige, wat vind je ervan?’ Nathan is enthousiast: ‘Da’s een goed plan.’ Het klinkt net als Petrus die voor altijd met Jezus boven op de berg wil verblijven.

Maar zoals vaker in de Bijbel krijgt ook deze profeet in zijn slaap een heldere ingeving. De volgende morgen vertelt hij David hoe het werkelijk zit met de verhouding tussen God en de mensen. ‘De Eeuwige zit helemaal niet op een huis van jou te wachten. God is niet van de pracht en praal, van welk uiterlijk vertoon ook. De Eeuwige is niet in een huis te vatten. Noch van jou of je zoon Salomo, nee, Hij woont daar, waar mensen Hem binnenlaten’. David wordt er stil van, vouwt zijn handen en bidt: Heer kom bij mij binnen, zegen mijn huis opdat ik u trouw mag blijven. Zijn gebed wordt verhoord. God belooft toekomst voor het huis van David.

Bijna duizend jaar later in de tijd dat mensen de Messias verwachtten, leeft Maria. Geen dochter van een keizer maar een eenvoudig meisje uit het volk. Hier zien we een omgekeerde beweging als bij David. De Eeuwige zèlf zoekt een woning. Niet een van steen, maar de schoot van een vrouw, om als mens onder mensen te kunnen wonen. En ik zie voor me, hoe Hij zijn boodschapper stuurt: de engel Gabriel. In de groet van de engel resoneert de roeping van alle grote personen uit de Bijbel. Zij spreekt Maria aan als: ‘een gezegende, vol van genade.’ Niet op basis van status of van wat ze bereikt heeft, nee ze wordt aangesproken zoals de Eeuwige naar haar kijkt: een jonge vrouw, kwetsbaar en liefdevol. Zij wordt immers de moeder van zijn zoon. Zoals bij ieder mens zal ook Jezus door de navelstreng met haar verbonden zijn. Dat geeft een intensiteit die zijn weerga niet kent. Het eenvoudige meisje uit Nazareth schrikt ervan. Ze stelt haar vragen vol ongeloof, dit kan toch niet? Ze is nog maagd, wordt ze dan niet verstoten…….hoe moet dat met Jozef? Dan zet de engel haar vragen in een breder perspectief, want Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Ze vertelt Maria over haar nicht Elisabeth, die net als Sara en Hanna, na Gods belofte, toch zwanger werd en al in de 6e maand is.

Geven die beelden Maria het vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt omdat de Eeuwige zelf haar nabij zal zijn op die weg? Met haar meetrekt in voor- en tegenspoed? Zij begrijpt dat God onder en in mensen wil wonen, dat Hij, net als wij, menselijke nabijheid wil ervaren, een ander troosten, helpen, zoeken, redden…. In Zijn Zoon wil de Eeuwige mee-lijden, lachen, vieren huilen, de woestijn uithouden, angst en vreugde voelen maar steeds in verbinding met andere mensen. Maria’s antwoord is eenvoudig maar helder: “ja, mij geschiede naar Uw Woord.” Ook al kan ze nu de draagwijdte van die woorden niet overzien, toch legt ze haar leven in de hand van God. Vanaf NU is het zeker: Maria zal Gods Vrucht dragen. Een opdracht die ze trouw blijft tot onder het kruis.

Ook al lijkt het in onze ogen wellicht slaafs, dat is het zeker niet. Maria’s keus komt van binnenuit. In haar hart voelt ze zich verbonden met de Eeuwige. Haar ja is oprecht. Dat blijkt uit haar lofzang. Omdat ze niet weet hoe nu verder, gaat ze haar licht opsteken bij haar nicht Elisabeth. Die zal met haar levenservaring vast wijze raad kunnen geven. Wonderlijk om te zien hoe in het evangelie van Lucas een beslissende rol wordt gespeeld door vrouwen. Een inbreuk in de wereldgeschiedenis die het domein van mannen lijkt. Ook met Pasen zijn vrouwen de eerste getuigen van Jezus verrijzenis.

En ieder jaar opnieuw, al meer dan 2000 jaar, laat de Eeuwige weten dat Hij nog steeds te midden van mensen wil wonen. Alleen onder en met ons, kan Hij, Zij zichtbaar en voelbaar, ja LEVEND worden. De vraag van de engel is dus ook aan ons gericht. Bidden wij met David dat de Eeuwige in ons komt wonen? Durven ook wij Gods vrucht te dragen? M.a.w. zijn wij bereid ons open te stellen zodat Zijn levensgeest van vrede, gerechtigheid en medemenselijkheid ook in ons geboren kan worden, iedere dag weer? Dat vraagt om het openstellen van ons hart, daar ruimte te creëren. Om vooral niet al in te vullen wat wij willen dat God doet, wat wij van Hem verwachten. Open je ogen om te zien dat de Eeuwige zijn handen uitstrekt naar jou. Open je oren om de vraag van de engel te verstaan, open je hart om met Maria ‘Ja’ te durven zeggen. En zo de Eeuwige tot LEVEN te laten komen. Frans Cromphout verwoordt het zo

Dat we onze dagen openhouden
voor wat ons onverwacht kan overkomen:
een ontmoeting, een vaarwel;
ontroering om de schoonheid van mensen of de wereld;
voor een mens die troost komt vragen
of ons een ogenblik vrede schenkt.
Dat we onze dagen openhouden
voor wat zo gewoon lijkt: gastvrijheid en welkom,
dankzeggen, stilte, zomaar een woord
of een gebaar van goedheid.
Dat we onze dagen openhouden
voor uw spreken en zwijgen,
voor U over wie wij niet beschikken.
Verricht zo, Eeuwige, aan ons
het wonder van een nieuwe geboorte.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )