v-5.jpg
Lezingen: Ezechiël 18:1-4 en Matteüs 21:23-32

Er is een mooi Nederlands gezegde: “Doe wel naar mijn woorden maar niet naar mijn daden.” Sommige mensen lijken verbaal bijna volmaakt te zijn. Ze hebben voor al jouw tekortkomingen en problemen een geweldige oplossing: “Als ik je was dan zou ik ...”, “ik doe het altijd zo ...”. Het andere uiterste is de Feyenoord leuze: “Geen worden maar daden.” Daartussen ligt een groot speelveld.

Jezus is in Jeruzalem aangekomen en nu, bij zeer hoge uitzondering, leert hij, net als de andere rabbi’s in de tempel, dat wil zeggen, ergens op het grote tempelplein. Normaal leerde hij meestal gewoon onderweg, ergens in het veld, bij iemand thuis, aan de rand van het meer of waar ook. De keren dat hij in een synagoge sprak bekwamen hem zeer slecht.
Jezus is de man van gewone taal die gewone mensen aanspreekt, hij is niet van de hoge theologie. Zijn Bergrede is een goede eigentijdse vertaling van wat ooit met de tien geboden was bedoeld, helder en duidelijk voor iedereen, heel anders dan de ingewikkelde hooggeleerde uitleg van de schriftgeleerden.  
Nu, op het tempelplein stoten die twee werelden op elkaar. Hogepriesters en de oudsten van het volk, een hoge delegatie dus. Ze hebben het verschil in taalgebruik gemerkt en misschien nog meer het verschil in handelen tussen henzelf en Jezus. Ze hebben het enthousiasme van het volk gezien en voelen jaloezie en opkomende haat. Ze komen nu met een heel formele vraag: “Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen?”, het lijkt wel op een aanhouding: “Mag ik uw papieren even zien?”
Hun eigen bevoegdheid stond boven iedere verdenking, maar die van Jezus?

Jezus stelt een hele slimme tegenvraag: “In wiens opdracht doopte Johannes?” Johannes de Doper was erg populair en daarbij zoon van een hogepriester, één van hen! Dan, als ze met de mond vol tanden staan, vertelt Jezus de gelijkenis van de twee zoons.
Ze krijgen beide dezelfde opdracht van hun vader, de één zegt, ik doe het, maar doet het niet, de ander zegt, ik doe het niet, maar doet het. Helemaal zuiver past de parabel niet, maar duidelijk is die wel.
De officiële godsdienstige leiding heeft wel mooie woorden, maar doet volstrekt niet wat God heeft gevraagd, namelijk gerechtigheid. De weg van Jezus is gerechtigheid.
Voor de hogepriesters en oudsten geldt wel: “Doe wel naar mijn woorden maar niet naar mijn daden.” maar voor Jezus is het niet: “Geen woorden maar daden.”
Bij Jezus zijn woord en daad onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gods Woord is uitgangspunt, maar bij God zijn, net als bij de schepping, woord en daad één.
Jezus spreekt over gerechtigheid en doet gerechtigheid. De motivatie van zijn handelen ligt in het goddelijk Woord.

Daar zat bij de godsdienstige leiding van Jezus dagen het probleem. En daar zit ook nu, denk ik, een groot deel van de impopulariteit van de kerk. De mensen willen zien dat het echt is, dat de woorden die de kerk spreekt ook blijkt uit het handelen van de mensen van die kerk. Dat de kerk de taal spreekt van de mensen en Gods woorden waar maakt: het kiezen van de weg van gerechtigheid.

Gods Woord dus als uitgangspunt, misschien bedoelt de PKN dat met ‘back to basics’, speerpunt in het beleidsplan Kerk 2025: ‘Waar een woord is, is een weg.’
Waar Gods woord is, daar is ook zijn weg. Dat gold voor zijn volk in de woestijn, dat op pad ging met Gods tien woorden, dat gold voor de spreekwoordelijke ‘tollenaars en hoeren’, de volgelingen van Jezus. En dat geldt ook voor ons. Back to basics, terug naar de bron en dan met dat woord kritisch onze daden toetsen.
Woord en daad, waar Gods woord is, is zijn daad en begint zijn weg.

Amen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )