v-4.jpg
Lezingen: Wijsheid 2:12, 17-20; Mc. 9:30-37

Wie zoals ik de zojuist afgelopen Vuelta op de voet heeft gevolgd, die weet het: wie als eerste wil eindigen, moet niet de hele tijd voorop gaan rijden – die houdt zich gedeisd, blijft terughoudend en wacht tot het juiste moment, tot zijn moment gekomen is. Zo zijn er tijdens die drie weken door al die paradijselijke landschappen slechts enkele momenten die er toe doen, te vroeg of te laat, te veel of te weinig – het kan zelfs de allersterkste renner de zege kosten, wanneer hij niet het kairos ziet, het juiste moment om uit het peloton naar voren te komen en te worden wie hij is, een waarachtig kampioen. Meestal is de waarachtige winnaar niet diegene met de meest longinhoud of de best ontwikkelde spiermassa – dat zal ook wel van betekenis zijn, maar wie er echt boven uit steekt, is alleen diegene die weet wanneer zijn moment gekomen is, en wanneer niet. Zoiets vraagt veel zelfkennis en een goed inschattingsvermogen, een goed begrip van hoe de wereld in elkaar zit.

Of dit precies is waar de Heer aan gedacht heeft toen hij (in de woorden van Marcus) zei dat als iemand de eerste wil zijn, hij de laatste moet zijn? In de tijd van Jezus was er nog geen Vuelta, geen Ronde van Vlaanderen, geen Grote Scheldeprijs (wat moet dat een doodsaaie kleurloze tijd geweest zijn!). En het gaat Jezus hier natuurlijk niet om een tactische slimmigheid. Maar misschien gaat het bij de waarachtige kampioen óók wel om iets dat voorbij alle aardse slimmigheden is – ook daar gaat het er om te worden wie men eigenlijk is – uit de onbepaaldheid en de anonimiteit van het peloton, uit de vele mogelijkheden die het leven rondom ons biedt te ontdekken wie we echt zijn en dit ook te leven, zichtbaar te maken, te worden wie men is – tot welke bestemming wij geroepen zijn – dààr is mijn plaats, zo was het bedoeld, zo is het vanzelfsprekend. De passage uit het Evangelie van Marcus is in de loop van de tijd vaak gelezen als een oproep om nederig en bescheiden te blijven, dienstbaar aan de anderen en niet te fel op de voorgrond te treden. Terecht heeft onze tijd van een dergelijk soort christelijk geloof afstand genomen dat de mensen klein houdt. Maar het is eigenlijk ook helemaal niet wat Jezus bedoelt, juist niet.

Het is van belang de genoemde zin – als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste zijn en allen dienstbaar – te lezen tegen de achtergrond van de gebeurtenissen die er aan vooraf gaan. De vrienden van Jezus reageren nauwelijks op wat Hij hen net gezegd heeft, over wie Hij eigenlijk is. Jezus, de mens die zo op het goddelijke gericht was dat het zijn hele leven kleurde, zijn lichaam en zijn geest, heeft iets van zichzelf prijsgegeven. Hij heeft zijn kwetsbaarheid laten zien, zoals het gaat met mensen die iets vertellen over wat hen eigenlijk bezighoudt – over de liefde misschien wel die ze voor iemand voelen, over de kwetsuren die ze ondergaan hebben, de nederlagen die ze geleden hebben  - kwetsbaarheden die men slechts tegen enkele vertrouwde mensen kwijt kan – het is niet voor niets dat in de tekst staat dat Jezus zich met zijn vrienden terugtrok ‘om hen te onderrichten’ – het blijkt dat dit onderrichten niet één of andere doctrine is, een theorie – neen hij wil zijn vrienden tonen wie hij is – wat hem bezighoudt, en ook de angst die hij daarbij ervaart – die later in de Hof van Olijven nog meer op de voorgrond zal treden. De angst voor de nakende nederlaag van zijn terechtstelling, zijn aardse dood die de onafwendbare prijs is voor wie hij is. Jezus is op God gericht omdat hij er voor kiest te worden wie hij is, en zich daarbij niet te laten afleiden door wat de mensen allemaal zeggen of wat de wereld van hem verwacht, de toevallige modieuze stromingen die regeren – zoals ook vandaag de dag allerlei opvattingen en politieke correctheden onze wereld regeren, waaraan men zich lijkt te moeten onderwerpen – en waaraan man zich niet kan onttrekken zonder daarvoor een hoge maatschappelijke prijs te betalen. Jezus is de mens die er voor kiest te worden wie hij is, zoals hij bedoeld is door God en daarin zijn bestemming zoekt. En deze kwetsbaarheid wil hij delen met zijn vrienden, zijn angsten, maar ook zijn vertrouwen dat wie voor de goddelijke bestemming van zijn leven kiest, uiteindelijk weer zal opstaan, en tot echt leven komt.

Zijn vrienden hebben geen idee hoe ze daarop moeten reageren. Ze beginnen te twisten, zo staat in de tekst, over wie de grootste van hen is – ze zijn eigenlijk gewoonweg jaloers naar elkaar. Ze beginnen zich met elkaar te vergelijken, omdat ze wel ergens beseffen dat Jezus hier iets heel belangrijks over zichzelf heeft gezegd, wat ze niet helemaal begrijpen. In ieder geval één zaak hebben ze helemaal niet begrepen – dat de weg van het geloof vraagt om een ommekeer, een perspectiefwisseling. De weg van het geloof is juist niet die van de jaloerse vergelijking met de ander, want dat is de weg die de wereld ons voorhoudt, de weg van de competitie en de concurrentie, op kosten van de ander zichzelf te vestigen, het beste mee zijn met wat de tijdsgeest van ons vraagt. Maar wie zich in liefde uitspreekt – dat wil zeggen zich in al zijn naaktheid en kwetsbaarheid laat zien aan de ander – die laat zich niet vergelijken. De onvergelijkbaarheid van de liefde, dat is het waar het in de weg van het geloof om gaat. Vanuit het perspectief van het geloof in de God die liefde is, kan ik mij niet afvragen of hij meer van mij houdt dan van iemand anders. De daad van liefde is genoeg – zij is, om een woord van Karl Rahner te citeren, haar eigen beloning, zij kan niet met iets vergeleken worden, haar prijs is onberekenbaar. Het kleinste kan het grootste zijn, het grootste is misschien wel niets vanuit het gezichtspunt van het geloof. En dienend is zij, de daad van liefde, niet omdat wij mensen klein en bescheiden moeten zijn – in tegendeel – maar omdat zij gericht is op de kwetsbaarheid van de ander, in al zijn kleinheden hem groot moet laten worden, tot bloei moet laten komen, geen ander doel kan de liefde hebben, anders is het bezitsdrang en machtswellust. Iedereen van ons weet hoe snel liefde tussen mensen daarin kan ontaarden. De liefde vanuit het perspectief van het geloof is anders – zij is terughoudend en dienend – gericht op de ander en komt op het juiste moment op de voorgrond, zoals de renner in de Vuelta die weet wanneer hij zich moet laten zien (en wanneer niet).

 

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )