lichtjes.jpg
Lezingen: Jesaja 29:18-14; Mc 10:32-45

I.
Is het deze twee jonge mannen in de kring van de rabbi om erkenning te doen of toch nog om iets meer? Willen zij een positie innemen die hen onaantastbaar maakt? Gaat het hen dus om macht als beloning voor trouwe diensten? Wat betekent dit voor hun kijk op Jezus?

Laat me eerst nog een omweg maken voordat ik een poging waag om deze vragen te beantwoorden. Dit verhaal van de evangelist Markus is geschreven in het retroperspectief. Hij wist hoe het met Jezus en zijn weg was afgelopen. Vandaaruit schrijft hij. Dat is één. Het tweede is, dat hij zijn lezers op het oog had. Hij wil hen leren wat het betekent deze Jezus als Messias van God na te volgen. Wat is het doel van die weg en wat beslist niet ook al zou je het denken.

Iedere keer weer worden de volgelingen en vrienden van Jezus ermee geconfronteerd dat hun voorstellingen van de Messias en hun verwachtingen van zijn optreden er behoorlijk naast zitten. Het zijn voorstellingen en verwachtingen die ook in zijn gemeente leven, welllicht ook in de evangelist zelf. Verlossing, want daar gaat het hem om, houdt ook in, om van voorstellingen en verwachtingen los te komen die ons op een dwaalspoor zetten. Het dwaalspoor leidt ons juist af van waar we in het levenslicht van de Messias naar verlangen: erkenning, vertrouwen, onvoorwaardelijke liefde en niet macht, positie en onaantastbaarheid.

Ook wij leven in een samenleving waar voorstellingen en verwachtingen er op uit zijn, om het te maken, om de beste, de eerste te zijn, bewonderd met de touwtjes in de handen. Velen zijn bereid zowat hun leven op te offeren, althans gezinsleven, vriendschapsleven en wat verder nog tijdrovend is. De vraag is niet voor niets: wat maakt in deze ratrace überhaupt nog zin? Moet je erkenning en een stralende positie verdienen door anderen weg te zetten, te overvleugelen, te gebruiken, te overheersen? Wat win je hiermee? Bewondering of eenzaamheid; macht of verslaving ..., de dood?

II.
Neem nou die twee broers uit ons verhaal. Als alles achter de rug is en na alle ellende de overwinning een feit, dan zal voor bewezen diensten en trouw er toch wat tegenover moeten staan? Is dit niet een begrijpelijke ‘deal’ om met een hedendaags toverwoord te spreken? Jezus wijst de vraag ook niet af. Het oordeel dat die twee vermetel zouden zijn, te onbescheiden, te ambitieus is te snel geveld. Jezus wijst hen in het onderliggende verlangen niet af. Als een goede Joodse rabbijn stelt hij meteen een tegenvraag: Weten jullie wát jullie vragen? Jezus leidt hun en daarmee ook onze aandacht naar totaal iets anders. Niet begrijpelijke beloning, roem, eer en positie is van Jezus te verwachten. De weg van Jezus is een totaal andere. Nog hebben de jongens dat niet door. De vraag of zij uit dezelfde kelk kunnen drinken en door dezelfde doop door onderdompeling kunnen worden gedoopt, beantwoorden ze met een totaal naïef ‘ja’. Nog in de waan dat zij een terechte vraag stellen, waarmee ze de rest van de volgelingen voor zullen zijn, onderkennen zij niet, dat ‘kelk’ en ‘doop’ metaforen zijn, beelden voor het lijden en het sterven van de Messias. Dat rode spul in de beker is vergoten bloed van een gemartelde en de onderdompeling in de doop is het ten ondergaan in de dood, het kruis. Weten ze dit niet of willen ze dit niet weten? Je krijgt bijna medelijden met deze twee mannen die het hoogste willen en afgaan als een gieter. Ze hebben ook verder niets meer te zeggen. Hun monden klappen dicht. Dat spreekt weer voor hen, vind ik.

Als je goed kijkt, gebeurt er nog iets wat deze jongens en allen voor wie deze jongens staan, niet in de gaten hebben. De evangelist brengt het literair prachtig tot uitdrukking. Jezus gaat met de ‘Twaalf’ op naar Jerusalem, waar hét zal gebeuren. Het is de heilsgemeente in haar volheid. Dan komt het volgende getal: een tweetal komt naast Jezus lopen en ik stel me dat zo voor, de een loopt ter linker en de ander ter rechter zijde. Daar heb je de constellatie al die zij voor ogen hebben. Zij vooraan met hun held tussen hen in.

Opeens doemt daar een ander beeld op. Ziet u het ook verderop in het verhaal? Daar bevindt zich ook een tweetal ter rechter en ter linker zijde van Jezus: de misdadigers die met Jezus worden gekruisigd, geliquideerd.
Dan stellen ze hun vraag en krijgen hun antwoord. Ja, ook zij zullen deze weg gaan. Met hen zijn ook wij gewaarschuwd. Markus maakt nog een punt.

III.
De volgende passage spreekt van de overgebleven ‘Tien’. Oei. De ‘Twaalf’ zijn opengebroken in ‘Twee’ en ‘Tien’. Door aan de top te willen zijn, splijten de ‘twee’ de intacte gemeente. Zij denken – zonder het in de gaten te hebben omdat het zo gewoon is – in termen van belonen en vergelden, positie en concurrentie. Dit is een geweldig leerpunt dat de evangelist hier maakt met behulp van drie getalletjes en de twee metaforen van de beker en de doop, twee regelmatig gevierde sacramenten!

Markus laat via Jezus zien dat de vraag naar eer, positie en macht, ook in de kring van Jezus, ook in de kring van zijn gemeenschap, de kerk, precies het tegenovergestelde bewerkt van wat ermee is bedoeld. In plaats van erkenning oogsten zij ergernis, afwijzing en boosheid van hun reis- en weggenoten. In plaats van te worden beloond gaan ze leeg uit. In plaats van te heersen worden zij afhankelijk van hun onstilbaar verlangen naar macht, zoals het nu eenmaal is in de volkenwereld, ónze wereld zeg ik dan er maar bij. Zie wat er op dit moment om ons heen gebeurd! Dit is absoluut niet de weg van Jezus. Natuurlijk, dat dachten we al, maar toch is het goed om even bij je door te laten dringen wat hier op een fatale en verdrietige wijze mis gaat, weer en weer en weer… Jezus wijst ons met heel zijn levensinzet, zoals ik zijn toewijding en overgave wil benoemen, op het alternatief, waarmee hij met zich zelf, zijn handelen en spreken, het antwoord is op de vraag naar erkenning, zin en waardig leven.

IV.
Wie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar willen en moeten zijn. Dit is een heel bekende zin, vaak besproken en met net zo veel misverstanden gegarneerd. In deze context is die zin wel duidelijk. Als je echt vooraan met Jezus wilt lopen, deelgenoot wilt zijn van zijn levensinzet die mensen onvoorwaardelijk aanneemt, helpt, heelt en lief heeft, zegt waar het op staat zonder angstzweet op het voorhoofd en trillende handen ... als je dat wilt met jouw persoonlijkheid en karakter, vermogens en onvermogens dan gaat dit niet zonder weerstanden in je zelf en bij anderen. Die horen daar bij. Pas als zij zich melden, kunnen zij worden benoemd, weggenomen of omgevormd tot helpende kracht. Met dit dienen zet jij je niet van de ander af. In tegendeel; er is nabijheid, zorg en erkenning van ons aller kwetsbaarheid. We kunnen iets voor elkaar doen en betekenen. Over ‘zingeving’ gesproken. Dit maakt zin en dat geeft zin. Dit is waardig menselijk handelen en ziet de ander in heel zijn of haar gebrokenheid als even waardige medemens. Zijn wij zo anders? Nee. De gemeenschap met elkaar wordt niet verbroken. In tegendeel: we nemen het voor elkaar op zoals Jezus het voor ons heeft opgenomen doordat hij de beker heeft aangenomen en tot op de bodem geleegd. Wij staan voor elkaar in zoals Jezus voor ons uit zich heeft laten dopen door het water van de dood om juist in de afgronddiepe liefde van God gedaald weer tevoorschijn te komen in het land van de levenden; geheim van een leven dat de dood overwint. Dat bedoeld Markus met losgeld voor velen.

Het is deze weg, deze levensinzet van Jezus die hem herkenbaar maakt als Messias van God die het niet om macht, prestige en positie gaat, maar om overgave en meegaande nabijheid. Daarin erkennen ook wij elkaar als geliefde mensen die met en voor elkaar zijn bestemd. In het dienen van elkaar komt deze bestemming aan het licht. Wie is daarvoor niet bestemd? We kunnen dit rustig aan God overlaten. Aan ons, om met vallen en opstaan de alternatieve weg van het dienen te bewandelen met de voeten op de grond en met open ogen naar de verlossing die zich aandient in wat ons allemaal overkomt en is het nog zo akelig en gemeen.

V.
Een allerlaatste punt. Mij spreekt dit rijke en nogal gelaagde verhaal zeer aan. Ik merk als dominee, dat ook wij graag gezien willen worden en erkend in ons werk. Er is ook veel concurrentie onder ons dominees. Je zou het niet denken, want als er iemand weet heeft van die onvoorwaardelijke levensinzet van Jezus, dan zijn wij dat toch wel? Noemen wij ons niet ook dienaren, dienaren van het Woord van God? Nou, nou, nu al ter rechter en ter linker zij van God, de Almachtige ...

Niet zelden profileren wij ons extra door ons van de ander af te zetten. Kijk, mijn diensten zijn esthetisch mooi verzorgd en dat trekt best wel behoorlijk wat mensen. Fijn voor je, maar komt het juist niet aan op onze dienstbaarheid voor de armen en de geringen in de stad, in de wijk? Zijn dat tegenwoordig niet de jongeren, waar jullie geen toegang meer hebben? Bij mij komen ze nog. Het zit hem in de taal, je moet een andere taal leren spreken. En wat vind u van de interim-predikant die zich de beste waant door een gemeente weer bovenop te helpen? Dit ondermijnt de collegialiteit en frustreert de samenwerking, terwijl we elkaar in deze tijden van krimp juist zo nodig hebben en veel voor elkaar kunnen betekenen. Is deze erkenning van elkaar niet veel kostbaarder dan de zucht naar zelfbevestiging die ik krijg door veilig in mijn eigen club te blijven en van daaruit op de ander neer te kijken? Zo komen wij er niet, echt niet.

Er is een alternatief. We hebben het gehoord. Wie let ons om op deze weg van de Messias te gaan, los, verlost van al die vooroordelen en vooronderstellingen die ons tegen willen houden? Dit loskomen van wat ten diepste een kramp is van een irreële onaantastbaarheid is verlossing in de diepste zin van het woord. Laten we met een vrije blik naar elkaar toe aan het werk gaan voor elkaar, voor de wijk, voor deze stad. Niet voor niets volgt op dit verhaal een verhaal, waar een blinde de ogen hiervoor worden geopend. Bij Mattheus zijn het er – ja, u hoort het goed: twee! En wat zeggen ze: Laat ons in je macht delen? Nee: ze roepen ‘kyrié eleïson’, Heer ontferm u, ontferm u over ons allen. Amen.

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )