v-3.jpg
Lezingen: Kon. 19:9-13;  Mat. 14:22-33

‘En nu even niets meer, het is genoeg geweest, ik wil rust.’
Velen hebben zo de afgelopen weken hun computer afgesloten, de deur van werk, van huis, achter zich dicht getrokken om er even tussenuit te gaan. Op vakantie of een dagje weg. Misschien ben je net terug, of mag je juist binnenkort. Misschien is er zoveel gebeurd dat je juist verlangt naar rustig thuis. Alleen voor wie het te rustig, te stil was, is het lastiger na te voelen, ‘En nu even niets meer, het is genoeg geweest, ik wil rust.’
Maar waar is die rust te vinden? In de lezingen zijn Elia en Jezus er naarstig naar op zoek. Vinden zij hun rust en zo ja hoe dan?

Jezus zoekt rust. Aan het begin van de dag heeft hij gehoord dat zijn familielid en wegbereider Johannes de Doper dood was. Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats om alleen te zijn. Soms wil je met je verdriet even alleen zijn. Maar veel tijd om te rouwen kreeg Jezus niet: Maar de mensen kwamen het te weten en zochten hem op. Toen Jezus hen zag kreeg hij medelijden, genas hun zieken en zorgde dat bij het vallen van de avond, vijfduizend man en hun vrouwen en kinderen allen te eten kregen. En toen was het ook voor Jezus even klaar:
‘En nu even niets meer, het is genoeg geweest, ik wil rust.’ Hij stuurt zijn leerlingen weg met de boot en blijft alleen achter. Hij gaat de berg op om te bidden.

Elia zoekt ook rust. Hij wordt opgejaagd, is doodsbang op de vlucht om zijn leven te redden. Na een eerste dagreis de woestijn in, gaat hij onder een bremstruik liggen, en verzucht: ‘Het is genoeg geweest, Heer, neem mijn leven’. Een engel brengt hem brood en water en gesterkt door dit voedsel, staat Elia toch weer op en loopt 40 dagen en nachten door de woestijn tot de heilige berg de Horeb. Daar gaat hij een grot binnen om er de nacht door te brengen: ‘En nu even niets meer, het is genoeg geweest, ik wil rust’.
Jezus en Elia, beiden trekken ze zich terug: op plekken zonder bereik, op een berg, in een grot. Maar al snel ontdekken ze: onbereikbaar voor mensen maar niet, juist niet, voor God.

Jezus hoopt God daar op die berg thuis te treffen. Hij gaat er bewust heen om te bidden, te praten met zijn Hemelse vader. We weten niet of die thuis geeft, wel dat Jezus daarna weer op adem gekomen is en met hernieuwde kracht zijn weg vervolgt. Het heeft hem zo goed gedaan, dat hij weer tot dingen in staat is die men voor onmogelijk houdt:
Tegen het einde van de nacht, kwam Jezus naar de leerlingen in de boot toegelopen, lopend over het meer. Als zijn leerlingen doodsbang reageren, stelt hij ze gerust: ‘Wees kalm, ik ben het, wees niet bang’. Als kind van Zijn Vader is hij er en schenkt zijn leerlingen veilige rust in de onstuimige golven. Hij steekt hen de reddende hand toe, geeft houvast en vertrouwen. ‘Jullie kunnen dat ook, als je maar niet twijfelt.’
Elia zoekt enkel rust. Maar die krijgt hij niet. Want God zoekt hem in de grot op en vraagt: wat doe je hier? Elia doet zijn verhaal en zijn beklag: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet maar het heeft niets uitgehaald, ze hebben het nu zelfs op mijn leven voorzien ...’
Waarop God zegt: ‘Kom naar buiten om met mij te praten ...’ En daar kwam de Heer voorbij: een grote, krachtige windvlaag, een aardbeving en vuur gingen aan de Heer vooraf maar daarin was God niet. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht en ging in de opening van de grot staan.
Er volgde een gesprek. Opnieuw vraagt God: ‘Elia wat doe je hier?’ en opnieuw doet Elia zijn verhaal en zijn beklag. Maar daarna wijst God hem op wat hem te doen staat. Nog drie dingen moet hij doen en dan mag Elia als profeet gaan rusten: zalf Hazaël tot koning van Aram, zalf Jehu tot koning van Israël en zalf Elisa tot je eigen opvolger. Elia vertrok van de Horeb.
Elia en Jezus vinden nieuwe kracht. Hoe? Precies zoals Augustinus het veel later zal zeggen: ‘Onrustig is mijn hart, tot het rust vindt in U.’
Jezus zien we daarom steeds bewust een rustige plek opzoeken om daar tot God te bidden.
Hij vind daarin steeds het vertrouwen dat er altijd een reddende hand is, dat bij God houvast te vinden is, hoe dan ook.
Zijn voorbeeld daagt ons uit om na te denken hoe en wanneer wij in ons leven ruimte maken om Gods nabijheid op te zoeken. In de kerk, thuis, onderweg. In stilte of juist in muziek, teksten, wandelen ...

En Elia? Eigenlijk wilde hij precies wat vakantiegangers en dagjesmensen ook zoeken: even weg van alles en iedereen. Maar bij Elia zien we dat hij weer verder kan, doordat hij openstaat voor wat er zich in de rust, in die grot zonder bereik, aandient.
De vraag ‘wat doe je hier?’, de stem die zegt: ‘kom naar buiten’ en even later: ‘ga nog even door met waar je mee bezig was’.
Zijn voorbeeld daagt ons uit om net als Elia alert te zijn op wat zich aandient als je in situatie van rust bent, op wat dan naar bovenkomt. Je innige tevredenheid met hoe het is, hier en nu ‘ik zou niet anders willen’. Of juist de onrust die zich aandient of de nieuwe ideeën. Elia laat zich bevragen en zich door God de weg wijzen. Durven wij wat zich aandient in alle rust, ook de ruimte te geven om zich aan te dienen en het zich rustig te laten ontvouwen?

Tot slot:
Bij het lezen van deze Bijbelverhalen moest ik ook steeds denken aan een verhaal dat u wellicht al kent. Maar ik vertel het graag nog een keer omdat het voor ons vaak zo moeilijk is rechtstreeks te praten met God zoals Jezus of om zijn stem te horen zoals Elia. Misschien kan dit verhaal ons opmerkzamer maken om Gods reddende hand:

Bij een overstroming klom een man op het dak van zijn huis.
Na een tijd naderde er een boot om hem op te halen, maar hij gebaarde dat hij door kon varen.
Men dacht omdat verderop een gezin met kinderen gered kon worden.
Later kwam er een tweede boot, de man riep iets onverstaanbaars en gebaarde dat de boot hem voorbij kon varen. De bemanning van de derde boot die passeerde, verstond wat hij hen wegwuivend riep: ‘God zal me redden’.
Toen werd het nacht, het water steeg en de man verdronk.
Boos sprak hij tegen God: ‘Ik heb altijd op U vertrouwd en nu heeft U me toch in de steek gelaten!’ Waarop God zei: ‘Daarom heb ik je ook tot drie maal toe een reddende hand toegestoken!’

De Ontmoetingskerk   Meijhorst 7033  •  6537 EP  Nijmegen   024-344 14 46  ( secretariaat )